Nieuws en actualiteiten

button programma

 

 

 

 

 

Zie voor gestelde vragen aan het college de rubriek: Berichten en de Brabantse impact monitor   (Nieuw)

 

Ons standpunt over herindelen Lees meer


Landelijk politiek nieuws en plaatselijke actualiteiten

 

  

 

KWALITEITSBORGING KOST GEMEENTEN GELD

De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen, die het bouwtoezicht voor een deel wegneemt bij de gemeenten, zal hen toch geld gaan kosten. En dat geld kunnen ze niet meer terugkrijgen via de leges. Omgevingsdiensten trekken aan de bel.

Aansprakelijk

Omgevingsdiensten verzorgen in veel gemeenten het bouwtoezicht voor hun gemeenten. De wet Kwaliteitsborging (WKB) is ooit bedacht om de bouwsector aansprakelijker te maken voor de kwaliteit van woningen of bedrijfsgebouwen en om het aantal bouwfouten te verminderen. De wet werd vorig jaar door de Eerste Kamer goedgekeurd, maar is inmiddels – samen met de Omgevingswet – uitgesteld tot 2022. Bouwbedrijven moeten de kwaliteit van hun werk beter monitoren, en moeten een onafhankelijke kwaliteitscontroleur (kwaliteitsborger) inschakelen om dat in de gaten te houden. Waar gemeenten vroeger een grotere rol hadden in het controleren van de veiligheid van een bouwwerk, wordt dat in de nieuwe wet een behoorlijk stuk beperkt: de gemeente moet straks voordat het werk begint het rapport van de kwaliteitsborger goedkeuren, en achteraf de bouw goedkeuren.

Bouwleges

Maar het probleem is dat gemeenten nauwelijks meer geld kunnen vragen voor dat proces. Nu wordt het bouwtoezicht nog betaald door inkomsten uit bouwleges, zoals voor de aanvraag van een bouwvergunning. Maar die leges kunnen straks niet meer worden geheven. Uit een concept-rapport van bureau Berenschot, gemaakt in opdracht van de 29 omgevingsdiensten, blijkt dat er voor veel taken die gemeenten voorheen uitvoerden, geen inkomsten meer tegenover staan. Door de invoering van de Omgevingswet, waarbij vaker vergunningsvrij of zonder een toetsing van het bouwbesluit kan worden gebouwd, zijn er bovendien minder mogelijkheden om voor de nieuwe taken inkomsten te genereren. Een meldingsplicht vervangt de vergunningplicht. Maar daar kunnen geen leges tegenover staan.

Niet alleen de gemeenten zullen dit financieel gaan merken, maar ook burgers met relatief kleine, vergunningplichtige bouwinitiatieven. Veel gemeenten gebruiken de zogenaamde kruissubsidiëring: de grote projecten betalen hogere leges, waardoor kleinere projecten minder worden belast met de hoge kosten voor een vergunning. Maar die route is nu afgesloten: ook voor de kleine projecten moet een kwaliteitsborger aan de slag.

Erg laat

Volgens Henk-Jan Baakman, directeur van de Omgevingsdienst De Vallei, waaronder een aantal West-Gelderse gemeenten valt, is het probleem dat gemeenten een grote verantwoording houden in het bouwproces, maar daar veel minder middelen voor hebben. ‘Dat bij omgevingsdiensten en gemeenten afdelingen moeten inkrimpen omdat het werk door andere instanties wordt gedaan, is in zekere zin logisch. Het punt is vooral dat we tijdens en vooral voorafgaande aan het bouwproces nauwelijks invloed kunnen uitoefenen. En dat kan wel van belang zijn. Lokale diensten weten vaak veel meer van de specifieke omstandigheden van een locatie dan een kwaliteitsborger van elders. Nu kunnen gemeenten alleen vooraf de risicobeoordeling van de kwaliteitscontroleur goedkeuren, maar formeel mogen ze daarbij niet om extra informatie vragen. Pas achteraf kan de gemeente het ‘as-built’-dossier, waarin de informatie over het gerealiseerde bouwwerk staat, beoordelen en een toestemming voor ingebruikname afgeven. Dat is erg laat in het proces, en ook een gevoelig moment. Stel je voor dat het gaat om een woningbouwproject: als de ambtelijke dienst dan kritisch is, dan weet je dat ondertussen de nieuwe bewoners al dozen inpakken en aanhangers hebben klaarstaan.’

Beoordeling

Volgens Baakman zou het goed zijn als er meer beoordelingsmogelijkheden in het bouwproces komen. ‘We willen als omgevingsdiensten het werk van de kwaliteitsborger natuurlijk niet overdoen. Maar de gemeente houdt, als bevoegd gezag, wel een grote rol. Je moet ook niet vergeten: als straks een balkon van een gevel stort, dan staat niet de kwaliteitsborger of de bouwer voor de draaiende camera’s, maar de wethouder.’ 

 
 
 

GEMEENTEN MOETEN REGIE PAKKEN IN OUDERENHUISVESTING

Ook in kleinere gemeenten verdubbelt tot 2040 het aantal tachtig-plussers. Er ontstaat een tekort aan zowel ouderenwoningen als verpleeghuiscapaciteit. Gemeenten moeten meer de regie pakken om te zorgen voor zowel voldoende ouderenhuisvesting als een goed voorzieningenniveau.

 

Te weinig aandacht

Dat stelt René Lolkema, senior adviseur bij HEVO. ‘Er is tot nu toe veel aandacht voor de vergrijzing in grote gemeenten, maar in kleinere gemeenten, tot 30.000 inwoners, speelt dat probleem eveneens. Daarvoor is tot nu toe te weinig aandacht.’

Zorgindicaties

Het adviesbureau bracht voor alle Nederlandse gemeenten in kaart hoe de bevolkingsopbouw en de zorgbehoefte zich tot 2050 gaat ontwikkelen. Het benutte daarvoor onder meer cijfers van zorgkantoren, data van het CBS en het keek naar trends en ontwikkelingen. HEVO berekende de gemiddelde bevolkingsopbouw voor alle Nederlandse gemeenten minus de G4 en de G40. Daaruit blijkt dat de vergrijzing toeneemt van 15,3 procent nu tot 23,1 procent in 2040. De zorgindicaties groeien tot 2050 met één miljoen.

Dementie

Per gemeente ziet die ontwikkeling er anders uit. In krimpgebied Tytsjerksteradiel is nu al 16,5 procent van de bevolking 70 jaar of ouder. In 2040 ligt dat percentage op 25,2 procent. Het aantal mensen met een grote zorgbehoefte, zoals mensen met dementie, stijgt van 1.300 nu naar ruim 2.200 in 2040. Ook het aantal mensen met een chronische lichamelijke aandoening stijgt, zo blijkt uit cijfers van HEVO over Tytsjerksteradiel. In Leusden is nu vijftien procent van de bevolking 70 jaar of ouder. In 2040 stijgt dat naar bijna een kwart van de bevolking. Het aantal mensen met een grote zorgbehoefte, zoals mensen met dementie, verdubbelt de komende twintig jaar naar ruim 1.800. Ook het aantal mensen met een chronische lichamelijke aandoening stijgt in deze Utrechtse gemeente.

Regie

In woningen en de woonomgeving moet met deze ontwikkelingen rekening worden gehouden en dat gebeurt vooral in kleinere gemeenten nog te weinig, stelt Lolkema. In zijn ogen moeten gemeenten veel meer dan nu de regie pakken. ‘Dat betekent niet dat gemeenten zelf moeten investeren in bijvoorbeeld geschikte woningen voor (zorgbehoevende) ouderen, maar ze moeten partijen bij elkaar brengen en de noodzakelijke ontwikkelingen faciliteren.’ Het gaat daarbij onder meer om woningcorporaties, beleggers en zorginstellingen. Gemeenten kunnen in lokale zorgvisies afspraken vastleggen op welke manier het hoofd kan worden geboden aan de toenemende vergrijzing en stijgende zorgbehoefte. Er moet wel maatwerk worden geleverd, stelt Hevo. De woonwensen van ouderen moeten per gemeente in kaart worden gebracht.

Voorzieningenniveau

Naast de realisatie van geschikte woningen, moet ook oog zijn voor een ‘verhoogd voorzieningenniveau’, stelt HEVO. Zeker in kleine kernen en zeker in krimpgebieden kunnen niet alle voorzieningen in stand worden gehouden. Er kan gekozen worden voor concentratie van voorzieningen in bepaalde kernen, aldus Lolkema. ‘Je zou mensen moeten verleiden te verhuizen naar die plekken waar een verhoogd voorzieningenniveau is gerealiseerd.’ Ook kan worden gedacht aan de vorming van woonservicegebieden die bestaan uit voldoende levensloopbestendige en/of aangepaste woningen, met ondersteuning en met in de nabijheid welzijns- en zorgdiensten voor bewoners. 

Lees meer 

 

 

Na BrengFlex komt Gelderland op de proppen met de Hubtaxi

Na het stopzetten van BrengFlex - het bestelbare taxibusje - werkt Gelderland aan een ander systeem voor flexibel openbaar vervoer: de Hubtaxi.
 

 

De Hubtaxi komt op plekken waar nu amper of geen openbaar vervoer is. Het systeem lijkt op BrengFlex, het systeem dat tot 2019 actief was in de regio Arnhem-Nijmegen. Vanwege de hoge kosten per reiziger stopte de provincie de subsidie van dit project. In 2022, zo is de bedoeling, is flexibel vervoer echter terug in Gelderland. Dit keer voor de hele provincie. Alles over de nieuwe vervoersservice op een rij.

Hub?

'Hub' is het nieuwe toverwoord voor de provincie als het gaat om openbaar vervoer. In veel gevallen is een hub een treinstation waar meerdere vormen van vervoer samenkomen. Maar ook op andere plekken zullen 'hubs' ingericht worden, bijvoorbeeld aan de rand van een stad, zodat een binnenstad met de fiets bereikt kan worden. Het idee is dat de Hubtaxi altijd naar zo'n hub reist, zodat er vervolgens met het reguliere openbaar vervoer (ov) verder gereisd kan worden.

Het busje:

Busjes of auto's voor maximaal acht personen moeten straks van 6 uur in de ochtend tot 1 uur in de nacht gaan rijden. Anders dan BrengFlex zijn de busjes toegankelijk voor rolstoelers. De busjes rijden van een halte naar een station of ander knooppunt of andersom. De busjes rijden alleen waar geen bus of trein rijdt.

De gebruiker:

De nieuwe vervoersvorm is bedoeld voor iedereen. Een belangrijke groep vormt de reiziger die op afstand woont van een bushalte, afhankelijk is van ov of taxivervoer, maar geen indicatie heeft in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

Deze mensen maken nu vaak gebruik van het 'ov-vangnet', waarbij ze kunnen reizen op dezelfde wijze als volwassenen en kinderen mét een WMO-indicatie. Maar dat sluit niet aan bij wat mensen gewend zijn van het openbaar vervoer. De busjes komen weliswaar aan huis, maar rijden vaak een flinke omweg tot de eindbestemming. Voor deze groep moet de Hubtaxi, die maximaal 15 minuten mag omrijden, een uitkomst zijn.

Onderweg:

De Hubtaxi rijdt op bestelling. Dus niet op een dienstregeling. Wel rijdt de Hubtaxi alleen tussen vaste haltes. De beschikbaarheid van de busjes is straks onderweg te zien in de app en een Hubtaxi die over 5 minuten aankomt, is dan ook meteen te reserveren.

De halte:

De halte is doorgaans een reguliere bushalte, maar er kunnen ook flexibel nieuwe haltes bijkomen, simpelweg door een haltepaal te plaatsen. Inwoners of belangengroepen kunnen suggesties doen voor toevoegen van haltes.

De afrekening:

Iedereen betaalt straks een opstaptarief van 2,50 euro. Daarnaast betaalt de reiziger 0,35 cent per kilometer.

Wat betaalt de provincie:

Door de Hubtaxi zo aantrekkelijk mogelijk te maken, moeten er veel gebruikers komen. Dat is althans de wens van de provincie. Op die manier wordt het systeem ook betaalbaarder voor de provincie. Voor elke rit met BrengFlex werd nog 20 euro subsidie betaald.

Of het echt gaat lukken de Hubtaxi goedkoper te maken dan BrengFlex, moet in de komende jaren duidelijk worden.

 

WEL BEZUINIGD, MAAR NOG NIET GENOEG

Het college van Den Haag verwacht dit jaar 15,5 miljoen euro te kunnen besparen op de Wmo en jeugdhulp. Er ligt, vanuit het coalitieakkoord, een bezuinigingsopdracht van 20,6 miljoen euro voor dit jaar.

Minder aanbieders

Het verschil wordt bijgepast uit een reservepotje van 14,5 miljoen die is gevormd voor het opvangen van tegenvallers. De besparingenoplossingen zijn gericht op het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik en op beter aanbesteden. De gemeente wil onder meer toe naar het contracteren van minder aanbieders; een trend die in meer gemeenten en regio’s zichtbaar is. Den Haag zet daarnaast in op preventie en de beweging van zware naar lichte zorg als dat mogelijk is.

 

Misbruik

De gemeente krijgt steeds meer bruikbare signalen binnen van misbruik en oneigenlijk gebruik van zorggelden, zo blijkt uit een recent verschenen voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en jeugd. In het eerste kwartaal vorig jaar stond de teller op acht bruikbare signalen; eind maart was dat gestegen naar 38. Er zijn onder meer drie pgb-aanbieders geblokkeerd. Ook is tot en met april het pgb van 61 cliënten stopgezet omdat zij daar geen recht meer op hadden. Daarmee is een totaalbedrag van een half miljoen euro gemoeid.   

 

Strafrechtelijke aanpak

De medewerkers van het nog in opbouw zijnde team M&O worden allemaal opgeleid tot buitengewoon opsporingsambtenaar. Het team richt zich op zowel de bestuursrechtelijke aanpak als op de strafrechtelijke aanpak van zorgaanbieders. De gemeente verwacht dat het aantal signalen dat wordt onderzocht – vanuit de Wmo en de jeugdhulp –, steeds verder zal toenemen. ‘Zorggeld moet naar de zorg gaan’, aldus het college in haar voortgangsrapportage.

 

Wmo-abonnementstarief

De snelle stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op de huishoudelijke hulp is dit jaar afgenomen. Daarvan was vooral vorig jaar sprake, maar leidt wel tot een structurele verhoging van het aantal mensen met een indicatie voor huishoudelijke hulp. De meerkosten door de invoering van het abonnementstarief bedragen dit jaar, ten opzichte van 2018, zo’n 1,5 miljoen euro. Het college van Den Haag pleit voor het terugdraaien van dat abonnementstarief, waardoor iedereen met Wmo-voorziening een inkomensonafhankelijke eigen bijdrage betaalt van 19 euro per maand.

 

Praktijkondersteuner jeugd

lEen financiële tegenvaller moest Den Haag verwerken nadat de rechter vorig jaar een streep zette door een lopende aanbesteding jeugdhulp voor de periode 2020-2024. De contracten met aanbieders zijn met een jaar verlengd, wat dit jaar zorgt voor zo’n 7,3 miljoen euro aan meerkosten. Daarnaast blijft het gebruik van jeugdzorg stijgen. Bespaard wordt door de inzet van de praktijkondersteuner jeugd-ggz. Daardoor hoeven minder jongeren naar specialistische jeugdzorg worden doorverwezen. De pilot wordt dit jaar uitgebreid. 

 
 

IS DE GEMEENTE LABEL C VERGETEN?

Alle kantoren in Nederland moeten in 2023 tenminste een energielabel C hebben. Dat geldt ook voor de stadskantoren en gemeentehuizen van Nederlandse gemeenten. Maar terwijl de meeste gemeenten stevige ambities hebben over de verduurzaming van hun eigen vastgoed, zullen veel van hen die eis niet halen. Naar schatting slechts een derde van het aantal vierkante meters kantoorruimte van de Nederlandse gemeenten heeft nu een label C of beter, zo blijkt uit een inventarisatie van het Kadaster en Binnenlands Bestuur. 

 

Alle kantoren in Nederland moeten in 2023 tenminste een energielabel C hebben. Dat geldt ook voor de stadskantoren en gemeentehuizen van Nederlandse gemeenten. Maar terwijl de meeste gemeenten stevige ambities hebben over de verduurzaming van hun eigen vastgoed, zullen veel van hen die eis niet halen. Naar schatting slechts een derde van het aantal vierkante meters kantoorruimte van de Nederlandse gemeenten heeft nu een label C of beter, zo blijkt uit een inventarisatie van het Kadaster en Binnenlands Bestuur.

Weggezakt

Het lijkt in de aandacht voor de recente klimaatplannen van overheden na het vorig jaar gesloten Klimaatakkoord misschien een beetje weggezakt, maar in het Energieakkoord van 2013 is een harde afspraak gemaakt voor het verduurzamen van kantoren. Ieder kantoorgebouw moet in 2023 minimaal energielabel C hebben. Dat geldt dus ook voor stadskantoren en gemeente­huizen, zolang ze geen monument zijn.

Geregistreerd

Maar uit de inventarisatie wordt duidelijk dat die norm nog lang niet is gehaald. Uit het Kadaster-onderzoek blijkt dat naar schatting slechts 16 procent van de gemeentelijke gebouwen die een bestemming als kantoor hebben, beschikken over label C of hoger. Als we kijken naar het aantal vierkante meters, dan ligt dat wel wat hoger. 32 procent van de m2 gemeentelijk kantorenvastgoed heeft label C of beter. Opmerkelijk is ook dat het gemeentelijk vastgoed in meerderheid nog steeds helemaal geen label heeft, of niet is geregistreerd in de administratie: 54 procent van de vierkante meters is helemaal labelloos. Er zijn zelfs G40-gemeenten waarvan geen enkel energielabel van een gemeentelijk kantoor is geregistreerd. 

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief