Nieuws en actualiteiten

button programma

 

 

 

 

 

 

De raadfractie, bestuur en leden van de LPG wensen u een gezond en gelukkig nieuw jaar!

  Afbeelding kan het volgende bevatten: drinken, tekst en binnen

 

 

De sluis bij Grave is een knelpunt

De sluis bij Grave is een waar obstakel voor schippers. Vooral bij laagwater liggen soms wel tientallen schepen urenlang te wachten tot ze hun vaart kunnen vervolgen....

Van Sjors Moolenaar de Gelderlander

Grave heeft, in tegenstelling tot andere stops op de Maas, maar één sluis. Daar loopt de vertraging al snel op als het waterpeil op de Waal en Rijn laag is, zoals de afgelopen maanden lang het geval was. De vaargeul van de Maas is dankzij regulering met de stuwen altijd diep genoeg, waardoor schippers voor deze rivier kiezen. De sluis bij Grave kan al die drukte echter helemaal niet aan.

File

Zo kwam het tijdens de afgelopen laagwaterperiode voor dat er wel 30 tot 35 schepen tegelijk lagen te wachten bij het complex in de Brabantse plaats. ,,Per keer kunnen er twee of drie door de sluis, wat een klein uur duurt”, zegt Nico Stam van Schuttevaer. ,,Soms lag je daar bijna een dag te wachten, het was gewoon een drama voor die schippers.”

De binnenvaart mag van geluk spreken, vindt Stam, dat de sluis in Grave tijdens de drukke periode geen storing heeft gehad. ,,Dan hadden we pas echt een groot probleem gehad. Sambeek, Heel, Belfeld, allemaal hebben ze drie sluizen. In Grave maar één, dat is echt een bottleneck. Die afhankelijkheid van één sluis op zo’n belangrijke vaarweg moeten we niet willen.”

Door de extreme wachttijden konden veel schippers niet op een afgesproken tijd op hun plaats van bestemming zijn. Stam: ,,Het was heel moeilijk om een planning te maken. Als schippers gevraagd werd of ze de volgende dag konden lossen, dan hing dat af van hoe lang ze bij Grave zouden moeten wachten. Je kon pas wat zeggen als je langs Grave was, dat is killing voor de binnenvaart.”

Tweede sluis

De branchevereniging dringt er nu bij Rijkswaterstaat op aan om werk te maken van een tweede sluis. Een woordvoerder van de overheidsinstantie erkent dat ‘Grave’ een kwetsbaar stuk is, maar geeft aan dat er op korte termijn geen extra sluis zal worden aangelegd. ,,Maar het heeft wel onze aandacht. We hebben naar het ministerie de aanbeveling gedaan om de noodzaak van een tweede sluis te onderzoeken.”

'Ik ben Kamerlid van de regio'

De burgemeesters Michiel van Veen (Gemert), Pierre Bos (Boekel), Hans Gilissen (Venray), Emile Roemer (Heerlen) en Tweede Kamer-lid Erik Ronnes wonen (of woonden) in het Land van Cuijk. Ze gunnen in een serie van vijf verhalen de lezer een blik in de eigen bestuurskeuken die nu buiten het Land van Cuijk ligt. Erik Ronnes (51) praat over Den Haag, het Land van Cuijk en zichzelf.

door Henk Baltussen 

Hij heeft zich snel aangepast aan de ongeschreven wetten en omgangsvormen op de hectische politieke, vierkante kilometer bij de Haagse hofvijver. Direct na zijn installatie op 20 mei 2015 keek Erik Ronnes nog zijn ogen uit in de bijzondere wereld die Tweede Kamer heet. In het kloppend hart van de vaderlandse politiek voeren vergaderen en stemmen de boventoon, is het vaak dringen in de Haagse wandelgangen, struikel je doorgaans over camera's, fotografen en journalisten van allerlei maten en soorten, over lobbyisten, schoolkinderen die een kijkje nemen, beveiligers en wat al niet meer. "Als dit maar goed gaat, dacht ik de eerste twee weken", glimlacht Ronnes. "Maar het went snel. En al die media, dat valt je al snel niet meer op. Het hoort erbij. Ik ben er verder ook niet mee bezig." Ronnes zegt te gedijen in die Haagse wirwar waar de Boxmerenaar nu ruim drieënhalf jaar deel van uitmaakt. Op een gegeven moment was hij onderdeel van van een uniek Land van Cuijks driemanschap in het Haagse, toen Ronnes samen met Michiel van Veen en Emile Roemer op het Tweede Kamer-pluche zat. Drie Tweede Kamerleden uit het Land van Cuijk gelijktijdig in de Tweede Kamer is nooit eerder vertoond. Die situatie duurde anderhalf jaar, tot december 2016 toen Van Veen voor het burgemeesterschap naar Gemert vertrok.

Lees meer

ABP BELEGT NIET MEER IN TABAK EN KERNWAPENS

Bedrijven die zich bezighouden met de productie van tabak, nucleaire wapens, clusterwapens en anti-persoonsmijnen kunnen voortaan fluiten naar investeringen van het ambtenarenpensioenfonds ABP. Daarnaast belegt het fonds ook niet meer in staatsobligaties van een reeks landen met dubieuze regimes.

Vier miljard
Het afgelopen jaar heeft ABP al haar beleggingen in tabak en kernwapens van de hand gedaan. Het fonds zegt hier ook in de toekomst net meer in te investeren. In totaal had het ABP vier miljard in dergelijke bedrijven geïnvesteerd. ABP kondigde in januari vorig jaar aan niet langer te willen beleggen in producten die ‘niet gebruikt kunnen worden zonder schade aan te richten aan de gebruiker zelf of anderen’. 

Lees meer

VNG: BETERE RICHTLIJNEN VOOR 'MAATSCHAPPELIJK OZB-TARIEF'

De VNG wil overleg met het ministerie van Financiën over de toepassing van het amendement-Omtzigt. Volgens de gemeentekoepel is onduidelijk voor welke instellingen met een maatschappelijk belang door gemeenten een lager ozb-tarief kan worden gehanteerd.

Rechtsonzekerheid 

Het amendement-Omtzigt werd op 18 december door de Eerste Kamer aangenomen. Het stelt gemeenten vanaf 2019 in staat om een lager ozb-tarief – namelijk dat voor wonen – te rekenen voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere instellingen met een maatschappelijk belang. Maar artikel 220f in de Gemeentewet wijkt op onderdelen af van de toelichting op het amendement. ‘Hierdoor ontstaat rechtsonzekerheid’, schrijft de VNG, ‘en zijn voor gemeenten en belastingplichtigen de gevolgen van de toepassing van het amendement niet goed in te schatten.’  

 

Meer mogelijkheden 
Volgens de VNG biedt de toelichting op het amendement meer mogelijkheden dan de wettekst. Zo kunnen volgens het amendement commerciële sportclubs worden uitgesloten van het lagere ozb-tarief, waar de wettekst alle sportaccommodaties binnen een gemeente over één kam scheert. Ook is de definitie van dorpshuizen volgens de gemeentekoepel niet scherp genoeg. Valt een geregeld als dorpshuis gebruikt café daar ook onder? 

Lees meer

Onze groei naar sociaal ondernemerschap erkend met een PSO-certificering!

Onlangs heeft de Werkorganisatie CGM Trede 3 (het hoogste niveau) bereikt op de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) en daar kunnen we met recht trots op zijn.

Wat is PSO

De PSO is het wetenschappelijk onderbouwde meetinstrument én keurmerk van TNO dat de mate van sociaal ondernemen objectief meet en zichtbaar maakt. Het PSO-keurmerk kent vier prestatieniveaus: de Aspirant-status, Trede 1, Trede 2 en Trede 3. Uit de onafhankelijke toetsing blijkt dat wij als Werkorganisatie CGM op een kwalitatief goede wijze werkgelegenheid bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en dat we dat zo goed doen dat we prestatieniveau Trede 3 verdienen.

Inclusief werkgeverschap

Doel van de PSO is om meer mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie op een duurzame en kwalitatief goede wijze aan werk te helpen. Dit doen we niet alleen door in onze eigen organisatie werkplekken te faciliteren, maar ook door onze leveranciers en opdrachtnemers te stimuleren om sociaal te ondernemen. Wij kiezen er bewust voor producten of diensten in te kopen bij Sociale Werkbedrijven en/of andere PSO-gecertificeerde organisaties. Dit wordt ook wel ketenstimulering genoemd. Door meer organisaties socialer te laten ondernemen groeien we samen naar een inclusievere samenleving toe.

Ontvang ook onze nieuwsbrief