Nieuws en actualiteiten

button programma

 

 

 

 

 

Zie voor gestelde vragen aan het college de rubriek: Berichten en de Brabantse impact monitor   (Nieuw)

 

Ons standpunt over herindelen Lees meer


Landelijk politiek nieuws en plaatselijke actualiteiten

 

  

 

‘Bruidsschat’ wacht op de stoel van gemeenten

Bruidsschat omgevingswet 

Onder de ludieke naam ‘bruidsschat’ krijgen gemeenten met de Omgevingswet een pakket rijksregels overgedragen. Helemaal vrijblijvend is dat niet. En is het wel echt een cadeau? ‘In feite gaat het Rijk op de stoel van de gemeenten zitten.’

Eerder dit jaar werden het Invoeringsbesluit Omgevingswet en de aanvullingsbesluiten Bodem en Geluid behandeld door het parlement. Daarmee is de inhoud van de bruidsschat duidelijk geworden. Het gaat om een palet aan rijksregels voor monumenten, bouwwerken, open erven en terreinen, en milieubelastende activiteiten – van energiebesparing, zwerfafval en geluid tot bodemsanering en afvalwaterbeheer.

Activiteitenbesluit

De regelgeving staat nu nog voor een groot deel in het Activiteitenbesluit Milieubeheer, maar deels ook in Bouwbesluit en het Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen ze in gemeentelijke handen. ‘Gemeenten kennen de lokale situatie het beste en kunnen deze regels daar passend voor maken en concreter en duidelijker invullen dan de de huidige te algemeen geformuleerde regels op rijksniveau, die ook nog eens van tal van uitzonderingsmogelijkheden zijn voorzien,’ verklaart Nicole Fikke de overdracht van de rijksregels.

Bij de Programmadirectie Eenvoudig Beter van het ministerie van BZK is Fikke projectleider van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, waar de bruidsschat onder valt, en heeft ze ook het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder haar hoede, waar straks het Activiteitenbesluit Milieubeheer in opgaat. ‘Gemeenten kennen deze regels al. Ze zijn namelijk nu ook voor de vergunningverlening en het toezicht op de naleving hiervan verantwoordelijk.’

Tijdelijk Omgevingsplan

De bruidsschatregels komen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ‘van rechtswege’ terecht in het Omgevingsplan, waar automatisch alle bestemmingsplannen in zitten. Dit tijdelijke Omgevingsplan is nodig om te zorgen voor een goede overgang naar de nieuwe wet. In feite is de bruidsschat dus overgangsrecht. Gemeenten hoeven niet er meteen mee aan de slag. Daar is tot 2029 de tijd voor. Dan pas moeten omgevingsplannen aan de eisen van de Omgevingswet voldoen. Mochten de regels in de bruidsschat in 2029 nog niet zijn omgezet, dan vervallen deze niet.

‘Gemeenten zijn zelf aan zet,’ zegt Fikke. ‘Ze mogen de bruidsschatregels naar eigen inzicht wijzigen, schrappen of ongewijzigd overnemen. Wel zorgen we voor een beschermingsniveau door kaders te stellen voor onderwerpen waarvoor we dat als Rijk nu ook doen.’ Deze kaders staan in de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zo moeten gemeenten de grenswaarden voor externe veiligheid of voor de binnenwaarde voor geluid in acht nemen. Dat is een maximumwaarde die niet mag worden overschreden.

Fikke verwacht dat gemeenten gemotiveerd zullen zijn, om op lokaal niveau heldere en tastbare regels te stellen in hun omgevingsplannen, in samenhang met andere regels. ‘Nu gemeenten daar zelf over gaan, hebben ze daar de kans toe. Denk aan een concrete geluidregel, die in het horecagebied bijvoorbeeld anders is dan in een rustige buitenwijk. Nu zijn er maar liefst acht pagina’s in het Activiteitenbesluit over geluid. Voordeel is dat een duidelijke regel beter kan worden nageleefd, en dat is ook goed voor de handhavers. Uiteindelijk levert dat eveneens kostenbesparing op. Natuurlijk kunnen gemeenten ook besluiten de huidige regels te handhaven.’

‘Uitzetten’ kan niet

Samenwerkingsverband G40 van de veertig middelgrote gemeenten waarschuwde al voor extra complexiteit en lastenverzwaring door de bruidsschat. De druk zou groot zijn om regelgeving in de bruidsschat ‘uit te zetten’. Niet omdat dat logisch is, maar omdat gemeenten daarmee kosten kunnen besparen. Fikke kent de kritiek, maar haar inschatting is dat dit niet voor de hand ligt.

‘Allereerst moeten gemeenten vanwege de instructieregels in het Bkl voor sommige onderwerpen echt regels stellen in het omgevingsplan,’ zegt ze. ‘Een voorbeeld is het waarborgen van een aanvaardbaar geluidsniveau. Net als nu geldt, zijn daar waarborgen voor opgenomen. Zomaar alle regels uitzetten kan dus niet.’

Overigens blijven veel milieuregels op rijksniveau gelden. Technische regels zijn dat vaak. Denk aan de bouweisen die opgenomen blijven in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), zoals duurzaamheidsnorm EPC voor woningen en ook constructie- en veiligheidsvoorschriften. Terwijl in het Omgevingsplan de ruimtelijke regels staan over het bouwen, bijvoorbeeld over bebouwingspercentage, bouwhoogte of welstand bij ruimtelijke ontwikkeling. Ook in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels die overal in Nederland gelden. Gebaseerd op de Best Beschikbare Technieken (BBT) bijvoorbeeld, denk aan emissie-eisen voor IPPC-bedrijven, en over voorzieningen voor bescherming van de bodem. 

Lees meer

  

 

GROS INWONERS SCHERPENZEEL WIL ZELFSTANDIG BLIJVEN

Het gros van de inwoners van Scherpenzeel wil dat de gemeente zelfstandig blijft. Dat blijkt uit een inwonerspeiling. 

Bijna negen op de tien inwoners van Scherpenzeel willen dat de gemeente zelfstandig blijft. Dat blijkt uit een inwonerspeiling. Bijna zestig procent van de stemgerechtigden bracht zijn stem uit.

Twee opties

Dat heeft de gemeente Scherpenzeel maandagmiddag bekend gemaakt. De inwoners konden bij de peiling uit twee opties kiezen: herindelen met Barneveld of een zelfstandig Scherpenzeel. Voor die tweede optie werd massaal gekozen. Uit een peiling van november vorig jaar bleek eerder dat een ruime meerderheid van de inwoners voor het behoud van zelfstandigheid is.

Draagvlak

Het college is blij met de uitkomst van de peiling, die tussen 9 juni en 6 juli is uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction, ook al was het al overtuigd van − het draagvlak voor − de zelfstandige koers. ‘Niet voor niets is draagvlak een essentiële randvoorwaarde voor Den Haag om mee te werken aan herindeling’, stelt wethouder Izaäk van Ekeren (SGP), die de bestuurlijke toekomst van de gemeente in portefeuille heeft, in een schriftelijke verklaring. ‘Het staat nu onomstotelijk vast dat er geen draagvlak is voor herindeling. Dat is een belangrijk signaal, zowel voor de provincie als voor het rijk.’

Geen noodzaak

Naast het ontbreken van draagvlak is er volgens het college van Scherpenzeel ook ‘nadrukkelijk’ geen noodzaak tot herindeling. De gemeente is nu en voor de komende tien jaar financieel gezond, benadrukt het college. Het zal zich hard blijven maken voor zelfstandigheid.

Ingrijpen

Gedeputeerde Staten van Gelderland dreigen met ingrijpen, als de gemeenteraad donderdag instemt met de Kadernota. Daarin staan ‘veel maatregelen aan om zelfstandig te kunnen blijven’, aldus GS in ene verklaring begin vorige maand. GS hebben twijfels over de ‘financiële houdbaarheid op langere termijn van deze extra investeringen én bij de effecten daarvan op de bestuurskracht. Als de gemeenteraad van Scherpenzeel op 9 juli 2020 akkoord gaat met deze kadernota, zal GS de procedure starten die moet leiden tot een herindelingsvoorstel.’ GS nemen hierover op 14 juli een besluit. 
 
 

CORPORATIES HEBBEN STRUCTUREEL TE WEINIG GELD

De corporatiesector heeft onvoldoende financiële middelen om de toekomstige investeringen in sociale woningbouw, renovatie en verduurzaming uit te voeren. Dat blijkt uit een rapport van de ministeries van BZK, Financiën en EZ en corporatiekoepel Aedes. Nederlandse gemeenten roepen de regering op om de financiële druk op corporaties te verlichten, door te stoppen met de verhuurderheffing.

Opgaven 

Het rapport toont aan dat corporaties structureel geld tekortkomen om de komende vijftien jaar zo’n 30 miljard euro aan maatschappelijke opgaven te realiseren. Het gaat daarbij vooral om de bouw van nieuwe sociale huurwoningen en het verduurzamen en aardgasvrij maken van de bestaande woningvoorraad in de huursector. Maar juist in de komende 15 jaar moeten er ongeveer 25.000 woningen per jaar worden bijgebouwd.

Tekorten

En dat wordt nu al bijna nergens gehaald: de laatste jaren lag het gemiddelde op 14.000, terwijl de financiële situatie van de meeste corporaties, tot nu toe nog goed genoeg is om te bouwen. Maar voor de toekomst is het rapport aanmerkelijk negatiever: in veel regio’s, vooral op plekken waar de woningvraag het sterkst zal stijgen, zullen financiële knelpunten ontstaan. De nood is het grootst in de regio Den Haag/Rotterdam/Midden-Holland, waar het tekort in 2035 zal oplopen tot 10 miljard euro. Ook in Amsterdam, Utrecht en Arnhem/Nijmegen zullen de tekorten groot zijn.

Verhuurderheffing

Het rapport is de langverwachte uitwerking van het verzoek van de Tweede Kamer aan de regering om de financiële positie van de corporaties en hun financiele slagkracht voor de komende energietransitie en de woningbouwopgave te onderzoeken. Na de financiële crisis nam de regering Rutte II in 2013 het besluit om een extra belasting te heffen op sociale huurwoningen, die het rijk inmiddels zo’n twee miljard euro per jaar oplevert. Maar corporaties klagen al sinds de instelling van de maatregel dat de extra belastingdruk er alleen maar voor zorgt dat corporaties nauwelijks meer nieuwe woningen kunnen bouwen.

Bekoeld

Ook in de Tweede Kamer is de liefde voor de maatregel inmiddels flink bekoeld, maar verschillende ministers gebruikten dit onderzoek om een discussie over het afschaffen of vermindering van de verhuurderheffing uit te stellen. Inmiddels heeft minister Ollongren wel kortingen op de heffing beloofd voor corporaties die nieuwe sociale huurwoningen bouwen in plaatsen met een groot tekort aan goedkope huurwoningen. Maar kritische Kamerleden krijgen met dit rapport wel munitie. Volgens het doorrekeningen in het onderzoek hebben structurele maatregelen als het halveren van de verhuurderheffing en het doorvoeren van een huurverhoging de grootste financiële effecten op de slagkracht van corporaties. 

 

Na Lith-Ravenstein gaat de Maasdijk bij Overlangel en Grave op de schop

Tekening die het traject van de volgende dijkverbetering weergeeft. RAVENSTEIN/GRAVE/CUIJK - De schop is tussen Lith en Ravenstein nog niet de grond in of het volgende grootschalige project voor dijkverbetering langs de Maas wordt al in gang gezet. Gemeenten, waterschap en provincie hebben deze week de eerste stap gezet voor het aanpakken van het traject Ravenstein-Cuijk.  

Peter van Erp  Bron: BD 
 

Net als bij de Meanderende Maas gaan de betrokken instanties een langdurig proces in, waarin de bewoners van het gebied kunnen aangeven welke kansen ze zien om hun leefomgeving te verbeteren of om (recreatieve) bedrijvigheid te bevorderen. ,,Het primaire doel is om de waterveiligheid te verbeteren", weet Van der Schoot. ,,Maar net als op het traject tussen Ravenstein en Lith wordt er ook gekeken naar koppelkansen voor recreatie, natuur en economie.” 

Bijzondere uitdaging

Vanaf het Osse grondgebied krijgt de Maasdijk in zuidoostelijke richting een meer open en sober karakter, weet Van der Schoot. ,,Het is een heel ander gebied dan het traject richting Lith, met minder bomen en meer rechttoe-rechtaan.” Het stadje Grave daarentegen vormt een bijzondere uitdaging, aldus de Osse wethouder met Graafse wortels. ,,Grave is strak tegen de rivier aangebouwd. Het Maaswater klotst daar letterlijk tegen de kade aan. Om daar de dijk te versterken vergt een aparte aanpak.” 

De komende twee jaar wordt een uitgebreide verkenning uitgevoerd naar het gebied en moet duidelijk worden hoe de 21 kilometer dijk wordt verbeterd. Als alles meezit gaat de schop in 2025 de grond in voor de uitvoering. Die zou vervolgens in 2028 moeten worden afgerond.  
 
 

GEMEENTEN TELEURGESTELD IN MINISTER OLLONGREN

Het is teleurstellend dat het kabinet geen concrete acties heeft verbonden aan de Kamerbreed gedeelde zorgen over de gemeentelijke financiën. Dat stelt de VNG in reactie op het Kamerdebat van woensdag, waarin minister Ollongren van Binnenlandse Zaken geen enkele toezegging wilde doen om de financiële nood van gemeenten te lenigen.

Water aan de lippen

‘Teleurstellend niet zozeer voor gemeenten zelf, maar vooral voor al die Nederlandse inwoners die daar de dupe van dreigen te worden’, aldus een woordvoerder van de VNG desgevraagd. ‘Dat bij gemeenten financieel het water aan de lippen staat, staat nu indringend op het netvlies van de Kamer en het kabinet.’

Problemen

Dat stellen ook de initiatiefnemers van de actie #gemeenteninnood, de Opsterlandse wethouder Rob Jonkman (financiën, ChristenUnie) en de Renkumse wethouder Marinka Mulder (financiën, PvdA) van #StopLokaleBezuingingen. ‘Van links tot rechts wordt het probleem gezien. Dat is winst’, aldus Mulder. Maar ook zij vindt het teleurstellend dat de minister woensdag niets concreets heeft toegezegd. De minister wil meer inzicht in de financiële situatie van gemeenten over heel 2019. ‘Dat doet geen recht aan alle brieven van wethouders en de filmpjes die zijn gemaakt’, vindt Mulder. ‘Het klinkt niet onlogisch dat de minister een goede onderbouwing wil zien, maar de problemen spelen al langer”, stelt Jonkman. 

Volgend kabinet

Hoewel Jonkman noch Mulder de illusie hadden dat het kabinet direct met extra geld over de brug zou komen, hadden ze wel meer verwacht. ‘Het kabinet had kunnen anticiperen door, vooruitlopend op de uitkomsten van diverse onderzoeken (naar onder meer de tekorten jeugdzorg en de gevolgen van de invoering van het Wmo-abonnementstarief, red), een bedrag op de rijksbegroting 2021 op te nemen’, aldus Jonkman. Als er bij Prinsjesdag geen garen op de klos komt, staan gemeenten in ieder geval een jaar in de kou. ‘En dan wordt een oplossing doorgeschoven naar een volgend kabinet.’

Doekje voor het bloeden

Er lijkt wel ruimte te komen voor een tijdelijke oplossing, ziet Mulder. Zo gaat Ollongren in overleg met de provinciaal toezichthouders over het loslaten van de verplichting dit jaar een sluitende begroting in te dienen. Een motie van de PvdA en SGP om dat nu meteen te regelen, is donderdagnacht door de Kamer verworpen. Medio augustus laat Ollongren gemeenten weten of die verplichting een jaar vervalt. Dat zou lucht geven, aldus Mulder. ‘Daarmee kunnen we de tijd overbruggen tot een structurele oplossing van een nieuw kabinet, zonder te veel op voorzieningen te moeten bezuinigen.’ Dat onderschrijft Jonkman. ‘Het helpt ons even, maar daarna moet er echt wat gebeuren. ideaal is het niet, maar het is een doekje voor het bloeden.’

Lucht

Mogelijk wordt er dit jaar nog gesleuteld aan de opschalingskorting, zodat gemeenten minder hoeven in te leveren op het gemeentefonds. Ook dat kan met Prinsjesdag worden geregeld. Dat geeft gemeenten eveneens wat lucht. De door de SP ingediende motie om de opschalingskorting helemaal te schrappen, is donderdagnacht door de Kamer verworpen. 

 

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief