Nieuws en actualiteiten

button programma

 

 

 

 

 

Zie voor gestelde vragen aan het college de rubriek: Berichten en de Brabantse impact monitor   (Nieuw)

 

Ons standpunt over herindelen Lees meer


Landelijk politiek nieuws en plaatselijke actualiteiten

 

  

 

DEN BOSCH MAAKT KORTE METTEN MET ZORGFRAUDE

De gemeente Den Bosch zet stevig in op de aanpak van zorgfraude. ‘Elke euro die bedoeld is voor zorg, moet terechtkomen bij de inwoners en niet in de zakken van zorgaanbieders verdwijnen’, stelt het college. Er wordt onder meer, samen met andere gemeenten, onderzoek gedaan naar een zorgaanbieder die veel winst maakt.

Terugvorderen

De toezichthouder rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet, die op 1 februari in Den Bosch is begonnen, is inmiddels een aantal keer op fraude en/of oneigenlijk gebruik gestuit, zo blijkt uit een tussenrapportage die het college onlangs naar de raad heeft gestuurd. In vier zaken met een persoonsgeboden budget (pgb) is oneigenlijk gebruik aangetoond. In totaal wordt ruim 63.000 euro teruggevorderd. Ook is een bedrag van ruim 1,1 miljoen euro tegengehouden. Vanuit de Jeugdwet leverde een aanbieder zorg, zonder dat daar toestemming voor was gegeven of een overeenkomst mee was gesloten. Wel declareerde de aanbieder deze zorg. Deze declaraties werden afgewezen. De gemeente heeft contracten met 135 zorgaanbieders. Het zorgbudget van Den Bosch bedraagt circa 110 miljoen euro.

Fraude-alertheid

De toezichthouder heeft de afgelopen maanden intern gewerkt aan fraude-alertheid bij ambtenaren. ‘Inmiddels weten medewerkers de weg al goed te vinden als het gaat om vragen op het gebied van zorgfraude, oneigenlijk gebruik en misbruik’, aldus het college. Er wordt daarnaast gewerkt aan een Meldpunt Zorgfraude waar inwoners en zorgmedewerkers anoniem melding kunnen doen bij vermoedens van zorgfraude. Die moet nog dit jaar worden opengesteld.

Contract beëindigen

De toezichthouder registreert alle interne en externe signalen zodat inzicht ontstaat in omvang en vormen van zorgfraude. Als fraude bij een zorgaanbieder wordt aangetoond, wordt het contract beëindigd en eventueel geld teruggevorderd. ‘Uiteraard voorkómen we liever dat er dubieuze partijen worden gecontracteerd. Daarom passen we ook preventief toezicht toe en wordt de toezichthouder bij nieuwe contracten betrokken’, aldus het college. Wordt fraude bij een zorgontvanger aangetoond, dan wordt de toekenningsbeschikking beëindigd of herzien. Eventueel wordt zorggeld teruggevorderd. ‘Tot nu toe zijn er nog geen contracten met aanbieders opgezegd. Er zijn nog geen strafzaken gevoerd en er is nog geen aangifte gedaan bij de politie’, laat een woordvoerder van de gemeente desgevraagd weten.

Divers beeld

Tot medio september zijn dertien meldingen binnengekomen die onderzocht moe(s)ten worden. Het gaat daarbij vooral om Wmo-hulp (twaalf van de dertien). In negen meldingen gaat het om een vermoeden van fraude of oneigenlijk gebruik met een pgb, in drie meldingen om hulp in natura. Eén fraudemelding betreft de jeugdhulp. ‘Het beeld van fraudemeldingen is divers’, zo stelt het college. Bij pgb’s gaan zowel budgethouders als zorgaanbieders over de schreef. Bij hulp in natura gaat het om fraude door de zorgaanbieder. Vanuit die meldingen zijn zes fraudezaken vastgesteld.

Cliënten onder druk

In vier gevallen wordt nu rechtmatigheidsonderzoek gedaan. Daarbij gaat het onder meer om vermoedens van niet-geleverde zorg die wel is gedeclareerd en om een zorgaanbieder die niet aan de gestelde eisen voldoet en kwetsbare cliënten onder druk zet. Ook wordt onderzoek gedaan naar een zorgaanbieder die grote winst behaalt. In dat onderzoek wordt samengewerkt met andere gemeenten.

 

GEMEENTEN OP DE TAST RICHTING GROENE DOEL

De gemeentelijke collegeakkoorden stonden twee jaar geleden bol van de duurzame ambities. Wat komt er in de praktijk van terecht? Onderzoek onder twintig Brabantse en Limburgse gemeenten wijst op een meer programmatische aanpak. Alleen: hoe meet je de vorderingen?

De gemeentelijke collegeakkoorden stonden twee jaar geleden bol van de duurzame ambities. Wat komt er in de praktijk van terecht? Onderzoek onder twintig Brabantse en Limburgse gemeenten wijst op een meer programmatische aanpak. Alleen: hoe meet je de vorderingen? 

Trendbreuk 

De collegeakkoorden van 2018 markeerden een trendbreuk. Duurzame ambities van gemeenten bestaan sindsdien niet langer uit losse groene flodders, maar maken onderdeel uit van een breder opgezet, gestructureerd programma. In theorie, althans. Arjan van Welsem sprak in de zomer van 2019 en de afgelopen maanden met twintig programmamanagers duurzaamheid van overwegend kleinere en middelgrote gemeenten in het zuiden van het land. Slagen ze erin de in de akkoorden vastgelegde ambities waar te maken? Liggen ze op de gewenste, groene koers?


Programmamanager
‘Er waren voor die tijd al best wat gemeentehuizen met zonnepanelen op het dak’, zegt de senior adviseur ruimte en infra bij JS Consultancy. ‘Of er was een beleidsmedewerker milieu aan het pionieren met een energiecoöperatie. De winst van de afgelopen twee jaar is dat bij gemeenten een gestructureerde, samenhangende aanpak van duurzaamheid echt van de grond komt. Heel concreet vertaald in de programmamanager die ze hebben aangetrokken. En in de dit najaar ingediende concepten voor de regionale energiestrategieën, waaraan elke gemeente haar bijdrage heeft geleverd.’

Fysieke pijler
Tegelijk merkt hij dat binnen het gemeentehuis het thema duurzaamheid nog altijd vooral door de milieumensen wordt getrokken. Het is geworteld in de fysieke pijler. ‘De meeste programmamanagers proberen het interne draagvlak voor duurzaamheid te verbreden en de neuzen van alle collega’s in dezelfde, groene richting te krijgen. Want als je dat lukt, dan ben je d’r ook meteen.’


Sterke verschillen
Van Welsem ziet sterke onderlinge verschillen tussen de gemeenten. ‘Bij de ene lopen vijf medewerkers duurzaamheid rond, waardoor het programma zich verbreedt en verdiept maar het ook complexer wordt om te managen. Een andere gemeente moet het doen met één of twee fte. Zie dan maar eens een dergelijk onderwerp organisatiebreed van de grond te tillen. Alleen grote gemeenten hebben de menskracht om duurzaamheid gestructureerd aan te pakken.’

Flabbergasted
De grootste uitdaging voor de gemeenten blijkt te schuilen in het meten van de vorderingen: liggen ze op koers? ‘Alle twintig gemeenten willen voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord, dus bijvoorbeeld 49 procent CO2-reductie in 2030’, zegt Van Welsem. ‘Maar als je dan vraagt: hoe veel ze daarvan al hebben gerealiseerd, dan weten ze het niet. Ik was flabbergasted. Hoe kun je nu aan iets belangrijks werken zonder dat de voortgang meetbaar is?’


Gokken
Eén gemeente had een indicatie. ‘Daaruit kwam naar voren dat de CO2-uitstoot nota bene licht was gestegen. Bij een andere gemeente die het had uitgezocht, bleek de CO2-uitstoot de afgelopen twintig jaar verdubbeld. Maar ja, daar waren sinds 2000 heel veel woningen gebouwd en ook de bedrijvigheid was er enorm toegenomen.’ Bijna alle overige gemeenten maken volgens Van Welsem slechts schattingen: dat ze het 5, 10 of 15 procent beter doen. ‘Ze weten het niet en dan gokken ze erop dat ze langzaam verbeteren. Maar het zou ook kunnen dat ze keihard achteruit hollen.’


Meetmethode
Ja, die observatie betekent nogal wat, beaamt de onderzoeker. Zonder betrouwbare data valt er immers nauwelijks op duurzaamheid te sturen. ‘Wanneer je als gemeente slechts dat wazige CO2-doel hanteert, is het volgens mij je taak dat te veranderen in doelen waaraan je collega’s en de burgers en bedrijven binnen je gemeente zich wél willen verbinden. En investeer in de meetmethode. Want als je niet meet, hoe kun je dan beleid of een programma realiseren?’

Meer tools

Hier ligt, wat Van Welsem betreft, eveneens een taak voor het rijk of de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. ‘Het schijnt nu nog heel lastig te zijn om landelijke resultaten te vertalen naar gemeenteniveau. Daar zouden meer tools voor beschikbaar moeten komen. Wie weet zou je kleinere gemeenten kunnen helpen met een gemeenschappelijke programmamanager, gefaciliteerd door rijk of BNG.’

 

VNG: THUISWERKVERGOEDING FISCAAL ONAANTREKKELIJK

Je kunt erop wachten. Nu hun collega’s bij het rijk en de waterschappen van hun werkgevers een compensatie krijgen voor het thuiswerken in coronatijd, zullen de vakbonden ook voor gemeenteambtenaren een soortgelijke regeling willen in de nieuwe cao. Probleem is: de fiscus werkt niet bepaald mee.

Uitgemaakte zaak

Of de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan die wens van de bonden tegemoet zullen willen komen, is nog geen uitgemaakte zaak. Wel is het zo dat de koepelorganisatie er nu bij de Tweede Kamer op aandringt dat zo’n vergoeding voor thuiswerken voor de werkgever fiscaal aantrekkelijker moet worden. De VNG doet een dergelijk voorstel in reactie op het Pakket Belastingplan 2021 dat het parlement vanaf volgende week behandelt.

Werkplek

Het onderwerp thuiswerken is volgens de VNG ‘een belangrijk onderwerp’ voor het komende cao-overleg voor de sector Gemeenten 2021. Dat overleg met de vakbonden start 13 november. Thuiswerken is volgens de VNG ‘op advies van het kabinet’ nu en naar verwachting ook in 2021 de norm. De werkgever voorziet discussies over het faciliteren van thuiswerk – arbotechnisch –, maar ook over de vergoeding van onkosten. Daarbij wordt expliciet verwezen naar de onlangs door het Nibud verrichte rekenexercitie dat mensen die thuiswerken, gemiddeld 2 euro meer per dag uitgeven.

Vrijstelling

In het Belastingplan 2021 wordt er tot verbazing van de VNG echter weinig aandacht besteed aan fiscale faciliteiten voor thuiswerken. Een gerichte vrijstelling – zoals die er is voor een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer tot 19 cent – ontbreekt erin. Een thuiswerkvergoeding leidt daarom voor de werkgever tot extra kosten. Deze valt namelijk als eindheffingsbestanddeel in de eindheffing van de werkkostenregeling. Daarin is een bepaald percentage van de loonsom aangemerkt als ‘vrije ruimte’, waarin werkgevers ‘leuke dingen’ kunnen doen voor hun medewerkers – zoals het jaarlijkse kerstpakket. Maar als een werkgever het percentage van de loonsom in deze vrije ruimte overschrijdt, dan legt de fiscus een eindheffing van 80 procent op. In  het geval van een thuiswerkvergoeding betalen werkgevers dan alsnog loonheffing daarover. Maar daar zit voor de VNG slechts een deel van de pijn.

Versobering

In het Belastingplan 2021 wordt deze vrije ruimte zelfs namelijk versoberd, waardoor werkgevers nog sneller met een eindheffing te maken gaan krijgen en een eventuele thuiswerkvergoeding nog duurder zal uitpakken voor gemeenten. De gemeenten willen juist graag een fiscaal ruimer kader voor thuiswerken, bij voorkeur zelfs een vrijstelling in de WKR. Met een alternatief, het uitbetalen van een thuiswerkvergoeding via het salaris, schieten medewerkers niet bar veel op: dan gaat meer dan de helft naar de fiscus. Daarbij, de vakbonden gingen bij andere cao-onderhandelingen voor een netto-vergoeding voor werknemers.

Rijksambtenaren

Medewerkers van een waterschap, zo is in de nieuwe cao opgenomen, ontvangen in 2020 een bedrag van 250 euro netto als tegemoetkoming voor de extra kosten die hij of zij de afgelopen maanden heeft gemaakt en om de extra inzet te belonen. Voor elke medewerker die structureel thuiswerkt is er bovendien een budget van 600 euro waarvoor op declaratiebasis middelen voor een arbo- en ergonomisch verantwoorde thuiswerkplek kunnen worden aangeschaft. Rijksambtenaren krijgen – uitgaande van een 36-urige werkweek – een thuiswerkvergoeding van 38 euro per maand. De cao voor rijksambtenaren loopt tot 31 december van dit jaar. Dat betekent dat de rijksoverheid voor die thuiswerkvergoeding gebruik kan maken van de ruimere vrije ruimte die er dit jaar nog wel is.

 

OVERHEID KRIJGT MELDPUNT VOOR FOUTE OVERHEIDSDATA

De Rijksoverheid krijgt een centraal meldpunt waar burgers incorrecte gegevens kunnen aanmelden, zoals onterechte overlijdensverklaringen. Zulke foute data worden automatisch doorgegeven aan vele systemen. Dit meldt AGConnect.

Doodverklaard

Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties meldt dat er een nieuw centraal meldpunt voor basisregistraties komt. Hij heeft de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens opdracht gegeven om dit op te zetten in samenwerking met de beheerders van de basisregistraties. Het nieuwe meldpunt gaat naar verwachting van Knops begin 2021 van start. Aanleiding hiervoor is de casus van een Rotterdamse man die door een datafout van de overheid eind 2017 problemen heeft gekregen. De gemaakte fout is inmiddels weliswaar teruggedraaid, maar daarmee is de incorrecte data nog niet overal gecorrigeerd. Drie jaar na het onterecht invoeren dat hij zou zijn overleden, staat de man nog steeds ‘doodverklaard’ in een hoekje van overheidssystemen. De fout werd gemaakt toen zijn nicht overleed. Hij stond als eerste contactpersoon genoteerd, maar werd als overleden geregistreerd.

Kafka

De gemeente Rotterdam heeft deze dataverwisseling na twee dagen al erkend en teruggedraaid, maar toen was de datadoorgifte al op gang gekomen. Daarna is de Rotterdammer, een voormalig woordvoerder bij de gemeente, in een Kafka-achtige situatie terechtgekomen. Doordat hij als overleden te boek stond, is onder meer zijn zorgverzekering afgesloten en is hij een tijd niet verzekerd geweest. Verder zijn z'n paspoort en rijbewijs ongeldig verklaard en is zijn pensioen stopgezet. Herhaaldelijk melden en uitleggen dat hij niet is overleden, heeft daarna wel geleid tot terugdraaien van deze gevolgen.

Lastige opgave

Tot afgelopen najaar stond de man nog bij MijnOverheid.nl geregistreerd als overleden. Nadat dat schijnbaar laatste restant van de dataverwisseling uit 2017 was gecorrigeerd, leek de zaak afgerond maar in de gegevens van zijn vrouw ijlt de fout nog na. Daar staat hij nog als overleden partner vermeld. Naar aanleiding van dit verhaal zijn Kamervragen gesteld die staatssecretaris Knops heeft beantwoord. Daarbij geeft de bewindsman aan dat de gemeente Rotterdam direct na het maken van de fout instanties heeft benaderd om de fout en gevolgen ‘zo snel mogelijk recht te trekken’. Het blijkt een lastige opgave te zijn om dat echt compleet te doen. Vandaar dat de staatssecretaris tot het meldpunt heeft besloten.

 

KLACHTEN OVER INNING EIGEN BIJDRAGE WMO

Er zijn klachten over de inning van eigen bijdragen bij de Nationale Ombudsman binnengekomen. Die gaan onder meer over onduidelijkheid en ontevredenheid over het innen van de eigen bijdragen Wmo en Wlz (Wet langdurige zorg) over maanden waarin geen zorg is ontvangen. De Nationale Ombudsman heeft minister De Jonge van VWS om opheldering gevraagd.

Geen zorg

De Jonge besloot in april dat veel Wmo-cliënten over april en mei geen eigen bijdrage hoefden te betalen. Het ging om mensen die hulp bij het huishouden, begeleiding en dagbesteding krijgen. Deze hulp en ondersteuning kon in veel gevallen niet of niet op de gebruikelijke manier worden gegeven. ‘De ontvangen klachten en signalen variëren van onduidelijkheid en ontevredenheid over het innen van de eigen bijdragen Wmo over maanden (naast april en mei 2020) waarin geen zorg is ontvangen, tot het alsnog moeten betalen van (hoge) eigen bijdragen Wlz, terwijl thuis minder tot geen zorg is geleverd en de mantelzorger hierdoor extra is belast’, schrijft ombudsman Reinier van Zutphen aan de minister.

Tijdelijk stopzetten

De ombudsman hoort dat zorginstellingen of andere zorgaanbieders verschillend omgaan met de situatie. ‘De een is bereid de zorg administratief stop te zetten met als gevolg dat tijdelijk geen eigen bijdragen worden berekend, terwijl de andere aanbieder aangeeft dat dit tijdelijk stopzetten niet mogelijk is zonder de zorg of plek in de instelling “kwijt te raken”.’ Daarnaast wordt erover geklaagd dat eigen bijdragen moeten worden betaald, terwijl tijdelijk geen gebruik is gemaakt van een plek in een zorginstelling. Als burgers bij het CAK – dat de eigen bijdrage int – aan de bel trekken, worden zij regelmatig ‘heen en weer gestuurd tussen hun gemeente, de zorgaanbieder, het zorgkantoor en het CAK.’   

Criteria

Nu Nederland is beland in een tweede coronagolf, bestaat opnieuw het risico dat de geïndiceerde zorg en ondersteuning ook dit keer niet (voldoende) kan worden geleverd. ‘Het is van belang dat burgers duidelijkheid krijgen over wat dit betekent voor de inning van de eigen bijdragen en waar zij terechtkunnen met vragen hierover’, schrijft Van Zutphen. Hij wil onder meer weten of en welke criteria er zijn op basis waarvan wordt besloten of vanwege het coronavirus geen of minder eigen bijdragen hoeven te worden betaald. Burgers moeten daarover goed worden geïnformeerd en niet van het kastje naar de muur worden gestuurd als zij vinden dat er minder of geen eigen bijdragen zou moeten worden betaald.

Bij Ieder(in), Per Saldo en MantelzorgNL komen net zoals bij de Nationale Ombudsman soortgelijke meldingen binnen.

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief