foto edwin van kraaijButton Grave

 

 

 

Een beter bestuurlijk systeem vergt lef

Veel politici, bestuurders, inwoners en journalisten zijn ontevreden over hoe het huidige bestuurlijk systeem werkt. Waarom houden we dan een systeem in stand dat hen belemmert om goed te functioneren? Voor hun boek ‘Gevangen in democratie’ spraken organisatieadviseur Ilse Hofland en directeur-bestuurder Joscha de Vries raadsleden, wethouders, ambtenaren en journalisten over manieren om uit dat systeem te ontsnappen.

Veel politici, bestuurders, inwoners en journalisten zijn ontevreden over hoe het huidige bestuurlijk systeem werkt. Waarom houden we dan een systeem in stand dat hen belemmert om goed te functioneren? Voor hun boek ‘Gevangen in democratie’ spraken organisatieadviseur Ilse Hofland en directeur-bestuurder Joscha de Vries raadsleden, wethouders, ambtenaren en journalisten over manieren om uit dat systeem te ontsnappen. 

‘Hoe ingesleten gewoontes het politiek bestuur in Nederland lamleggen’ is de ondertitel van jullie boek. Hoe kwamen jullie ertoe om dit te onderzoeken en te boekstaven?
Hofland: Ik heb veel advieswerk voor gemeenteraden gedaan, zoals hen leren kaders te stellen. Die klussen zijn vaak kortstondig. Je hoopt dan op verbeteringen als je later terugkomt, maar vaak zit men toch nog steeds vast in oude gewoontes. Ik wilde me meer verdiepen in de achtergrond daarvan en dat zelf onderzoeken. In plaats van steeds iets aanreiken zonder echt verder te komen.’
De Vries: ‘Een van onze hoofdboodschappen is: we zijn allemaal onderdeel van het systeem. Ik heb veel adviesopdrachten gedaan, maar niet het gevoel dat er daardoor iets fundamenteel is veranderd. Mijn ambitie bij dit onderzoek was om te ontdekken hoe ik onderdeel kan worden van de oplossing.’

Jullie hebben jullie á la De Hokjesman als antropologen gebogen over raadsleden, ambtenaren, wethouders en journalisten (zie kader). Hoe was dat?
DV: Het was leuk om te ontdekken wat de drijfveren en ambities zijn van bijvoorbeeld een ‘lastige’ journalist. Ze trekken ook wel eens een verkeerde conclusie, zeiden ze zelf. Dat ze dat willen delen is mooi en kwetsbaar. Deelnemers vonden het ook leuk om terug te kijken op hun carrière en hun werk te beschouwen. Ze kregen er energie van.’
H: ‘Ik vond het mooi om veel zelfreflectief vermogen te zien bij mensen over hun rol in het systeem: van het lastige raadslid tot de nieuwe bestuurder of de al lang zittende bestuurder. En daarbij ook de frustratie: ik wil het wel, maar het lukt me toch niet het systeem te doorbreken. We hebben daarom met hen naar de werking van de hersenen gekeken: wat gebeurt er als je uit je vertrouwde omgeving stapt en van daaruit het systeem wilt doorbreken?’

Als we werkelijk verandering willen moeten we eerst begrijpen waarom de spelers een systeem in stand willen houden dat hen in feite belemmert om goed te functioneren, schrijven jullie. Zijn jullie daar achter gekomen?
DV: ‘Een gedeputeerde zei aan het begin van het gesprek: hebben we dan een probleem met het functioneren van onze democratie? Aan het eind van het gesprek herkende hij dat er veel patronen in het systeem zitten die Nederland niet verbeteren en hij veel tijd besteed aan dingen die eigenlijk niets opleveren. Dit boek kan iets veranderen. We hebben gekozen om het constructief te maken. We geven niemand de schuld. Naar elkaar wijzen heeft een averechts effect. Een les is dat we met elkaar tijd moeten creëren om te besteden aan de dingen die bijdragen aan een beter Nederland.’
H: ‘Het is gemakkelijker andere dingen te doen, als je de dingen die je niet meer wilt doen los hebt gelaten. Daarvoor moet je dingen afschaffen. En afschaffen is een stuk lastiger dan met nieuwe dingen beginnen. De fractievoorzitter van BBB in de Tweede Kamer stelde voor om de fysieke links- rechtsverdeling in de Kamerzaal af te schaffen. Inderdaad, waarom mag je niet zitten waar je wilt? Dat invoeren zou een hele goede stap naar verandering zijn. Als je altijd naar dezelfde plek loopt, dan ga je bijna altijd dezelfde dingen doen.’

Jullie geloven ook niet dat het om onwil gaat, maar om ingesleten gewoontes en gebrek aan lef om eruit te breken. Wat is daarvoor nodig?
DV: ‘Door het te doen. Ik deed eens een mooi traject bij een OR in een grote gemeente. Die wilde een nieuw besturingsmodel invoeren en de ambtelijke top reorganiseren. De OR mocht adviseren. Zij vroegen: wij willen aan de voorkant komen, hoe doen we dat? Ik heb toen gezegd: gebruik niet het instemmingsrecht, maar geef advies over welke vervolgstappen jullie belangrijk vinden. Ze hebben het lef gehad om dat te doen en uit te leggen aan hun achterban.’
H: ‘Landelijk is er bijvoorbeeld terecht het debat over de Toeslagenaffaire en hoe het zover heeft kunnen komen, maar dat geeft geen antwoord op de vraag hoe we wél om willen gaan met toeslagen. Welke risico’s op misbruik willen we nemen, tegen welke kosten? Welke neveneffecten mogen blijvende maatregelen ter voorkoming van misbruik hebben voor mensen die recht hebben op de toeslagen?’
DV: ‘Ooit zijn er afspraken gemaakt over het aantal overlijdens dat we maatschappelijk accepteren bij acute zorg: de maximale aanrijtijd van ambulances. Je kunt uiteindelijk niet alles en iedereen redden. Dat vraagt een zorgvuldig debat, waarin je verschillende belangen moet wegen en die je wellicht ook moet toetsen bij de kiezers. Ik geloof echt in dat A4’tje van Tjeenk Willink. Dat maakt nu ruimte voor debat. Zoek geen meerderheidscoalitie, maar kies voor een ander model. Dat zegt de kiezer eigenlijk ook: met deze verkiezingsuitslag kan het niet zoals voorheen. Zoek naar een oplossing die past bij de verkiezingsuitslag.’
H: Lef is ook medestand creëren. Jesse Klaver zei bij de aanloop naar deze verkiezingen dat hij over een aantal zaken niet wilde meepraten. Hij ging echt voor de onderwerpen waar hij vanuit zijn partij voor wilde gaan. Dan toon je inhoudelijk lef. Het risico is dat zijn achterban wellicht denkt dat hij niet voor alles opkomt.’
DV: Mensen als Tjeenk Willink en ook Alex Brenninkmeijer zijn gezaghebbend. Zij durven zich uit te spreken en zijn niet bezig met hun eigen positie. Dat type mensen kan helpen om verder te komen, om nieuwe keuzes te durven maken.’

Jullie leggen een verbinding met de werking van de hersenen. Wat leert die ons over de werking van het openbaar bestuur?
H: We hebben vooral onderzocht wat het vraagt om iets anders te doen dan je altijd al deed. Hoe kom je uit het systeem waar je zelf onderdeel van bent? De voorhoofdskwab is daarvoor essentieel, want daar zit de functie van afwegen, reflecteren en plannen. Bij stress sluit je de toegang tot je voorste hersenen af. In ons democratisch systeem zit veel ‘stress’ gevangen. In het openbaar bestuur is de druk soms onrealistisch hoog. Door die druk nemen we nu juist niet de tijd om te reflecteren, maar gaan maar in de actiestand om met antwoorden te komen.’
DV: Het is dan interessant om te bedenken wat zorgt voor mínder stress, zoals het “relaxeren” van de hersenen voor een ingewikkeld debat. Zou het niet de moeite waard zijn de tijd te nemen om voor een debat eerst naar muziek te luisteren en van daaruit ruimte te hebben voor nieuwe verbindingen, voor nieuwe oplossingen en een nieuwe aanpak?’

Bron: Binnenlandse bestuur