foto edwin van kraaijButton Grave

 

 

 

'Discussie over woonlasten-neutraliteit is fake nieuws'

Hoe schril steekt het stroperige proces van de huidige energietransitie af tegen de vorige: die van kolen naar aardgas. Dat was in tien jaar zo goed als geregeld. Gemeentelijk adviseur duurzaamheid en blogger Sven Ringelberg schreef een boek over wat we van de soepele gastransitie kunnen leren.

Hoe schril steekt het stroperige proces van de huidige energietransitie af tegen de vorige: die van kolen naar aardgas. Dat was in tien jaar zo goed als geregeld. Gemeentelijk adviseur duurzaamheid en blogger Sven Ringelberg schreef een boek over wat we van de soepele gastransitie kunnen leren.

In zekere zin kwam de coronacrisis voor Sven Ringelberg als geroepen. Sinds een jaar of tien werkt hij als adviseur mee aan duurzaamheidsprojecten van onder meer gemeenten, waarvan de laatste vijf vooral op het gebied van aardgasvrij. Als afgestudeerde in de organisatiewetenschappen met een passie voor geschiedenis stelde hij zich geregeld de vraag hoe je zo’n energietransitie praktisch voor elkaar krijgt. Internationale wetenschappers noemden Nederland als vroegere voorbeeld van een radicale energietransitie. ‘Daar werd ik enthousiast van. Ik dacht: daar moeten hier honderd boeken over te vinden zijn.’ Hij kon geen enkele vinden. ‘Ik dacht: waarom schrijf ik het boek over de gastransitie dan niet zelf?’ 

Ideale tijd
Een jaar of drie geleden begon Ringelberg met informatie verzamelen. ‘Mijn halve huis is een soort archief slash museum geworden, vol oude meuk. Ik had het boek al voor een deel af toen we vorig voorjaar in lockdown moesten. Voor mij een ideale tijd om hard door te kunnen schrijven.’ Niet alleen de gastransitie doemde steeds helderder in zijn werkkamer op, ook wat we daaruit voor lessen kunnen trekken voor de huidige transitie. ‘Het gaat nu veel te weinig over de uitvoering, de organisatie en de randvoorwaarden.’

U gaat in uw boek zelfs terug naar de turftransitie van de zeventiende eeuw. Is dat voor de huidige gemeenteambtenaar een troostend besef, al die eerdere transities?
‘Ja. Transitie maakt deel uit van ons dna. De menselijke drang naar vooruitgang en de ontwikkeling van energie – die twee elementen spelen door de eeuwen heen met elkaar. Ik zag in de turftransitie al een soort Nederlandse eigenwijsheid. Heel Europa koos voor steenkool en wij gingen over naar turf. En het gaf me inderdaad een vorm van troost. Weliswaar is onze transitie nu een stuk complexer dan die van turf maar de geschiedenis leert: we kunnen dit.’

Hoe kon een ingrijpend project als de aardgastransitie in de jaren zestig zo soepel verlopen?
‘De eerste fase bestond uit het aanleggen van alle buizen die centrale verwarming aankonden.  Zo werd alvast geanticipeerd op het feit dat Nederland tien keer meer gas zou gaan verbruiken. Het gas werd destijds niet opgelegd. Mensen konden zelf het moment bepalen dat ze de kolenkachel verruilden voor een gashaard. Vaak stapten mensen over omdat gas modern was en populair werd. Of de buurman had ook al een gashaard. Het was een radicale transitie maar met respect voor waar de mensen zelf tegenaan liepen. Als je iedereen toen had verplicht de kolenhaard te vervangen, had je een volksopstand gekregen. Want die dingen kostten 400, 500 gulden.’

 

De aanleg van centrale verwarming gaf de transitie een nieuwe boost. Die gaf de burger comfort.
‘Ja, die aanleg van cv is begonnen bij de woningbouwcorporaties. Dat drukte de kosten. Vervolgens zijn de radiatoren in een periode van zo’n vijftien jaar over het hele land uitgerold. Of het door de overheid bewust zo is gedaan, heb ik niet kunnen terugvinden. Maar het was zeker een slimme keuze. Nu gaat het debat vrijwel alleen over de kosten, want de burger mag er met duurzame energie niet op achteruit gaan. Ik vind die woonlastenneutraliteit een fundamenteel fout uitgangspunt. Ja, in de jaren zestig ging het natuurlijk ook over kosten, maar tegelijk over veel meer. Nederland omarmde het comfort. De welvaart steeg ook in die tijd. Het aardgas kwam op een perfect moment in de geschiedenis.’

Wat zijn voor u de belangrijkste lessen uit de gastransitie die we nu kunnen toepassen?
‘De landelijke politiek moet meer regie durven nemen: qua planning, uitvoering en standaardisatie. Nu is de aanpak gedecentraliseerd naar gemeenten en wordt op heel veel plaatsen tegelijk het wiel uitgevonden. Pas nu gaat het rijk aan de slag met centrale afspraken. Dat is een paar jaar te laat.’

Wat moet het rijk doen om het gemeenten makkelijker te maken?
‘Spreek je duidelijk uit over de kostenontwikkeling van het aardgas en het uitfaseren ervan. Bijvoorbeeld door een einddatum vast te stellen voor het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving. Verder zie ik die hele discussie over woonlastenneutraliteit als een soort fake nieuws. Voor die subsidies die daarvoor nodig zijn, moeten we uiteindelijk als burgers zelf opdraaien. Wees daar dan ook eerlijk over. En verder moet het rijk veel meer zaken standaardiseren. Want nu speelt is een minimale isolatienorm. Want wat beschouw je nou als een goed geïsoleerd huis? Pas als je dat op landelijk niveau afspreekt, kun je standaardiseren en de markt beter zijn werk laten doen.’

Wat zou je de burgers bij de huidige transitie voor lonkend perspectief kunnen aanreiken?
‘Meer regie door de overheid zorgt voor minder stress bij de burger. Een decentralisatie zonder duidelijke kaders zorgt ervoor dat mensen makkelijk in de weerstand raken. En speel meer in op zaken als status en moderniteit. Zonnepanelen zijn heel populair. Ik denk dat de helft van het succes ervan is dat de buurman het ook heeft gedaan. Het is zichtbaar. Als iemand begint, verspreidt het zich als een virus door de wijk. En over een kwestie als koeling wordt bijna niet gepraat. Maar dat wordt volgens mij dé manier om duurzame warmte te introduceren. Ik weet zeker dat mensen bereid zijn een paar tientjes per maand te betalen als ze ’s zomers kunnen koelen in huis. De nieuwe generatie warmtepompen zal dat op termijn moeten kunnen.’

U bent in uw boek weinig positief over participatietrajecten.

‘Klopt. Je ziet nu al te vaak dat participatie leiderschap en keuzes maken lijkt te vervangen. Dan wordt het wel heel makkelijk om te zeggen: de burgers zijn nu aan zet. De meeste mensen zien energie als een soort nutsproduct. Ik betaal toch belasting, kom nou als overheid eens met iets concreets, met een verhaal. En je moet zeker geen participatietraject organiseren wanneer je als lokale overheid je antwoord eigenlijk al hebt bedacht. Dat ruiken mensen van een afstand.’

Bron: Binnenlands Bestuur