NIEUW RECEPT VOOR WATERHEFFINGEN

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Diverse commissies beten zich stuk op een noodzakelijke aanpassing van de waterschapsbelastingen. Nu ligt er een onder waterschappen breed gedragen voorstel van een stuurgroep onder leiding van Menno Snel. Komt er een eind aan de impasse?

Niet fit

De voortdurende discussie over de waterheffingen kreeg in 2014 een bredere bedding dankzij het rapport Water governance in the Netherlands: fit for the future? van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Nou, zo fit was ons waterbestuur op sommige onderdelen niet. Vooral het waterbewustzijn moest in Nederland omhoog, vond de
OESO. Dat zou je bijvoorbeeld kunnen doen door veelgebruikers en vervuilers van water via aanpassingen in de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing extra voor hun verbruik te belasten.

 

Verdeelvraagstuk
De ene na de andere werkgroep boog zich de afgelopen vijf jaar over deze kwestie, met als meest prominente de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) onder leiding van dijkgraaf Hetty Klavers van waterschap Zuiderzeeland. Zonder een breed door de waterschappen gedragen
resultaat. Omdat het in essentie om een verdeelvraagstuk gaat, speelden tegengestelde belangen binnen de waterschappen op. Daarbij worden de diverse partijen in de algemeen besturen mondiger. Daarnaast lag er de belofte dat veranderingen in het belastingstelsel niet mochten leiden tot ingrijpende wijzigingen in de lastenverdeling voor individuele waterschappen. Zo kreeg de ambitieuze herziening van de waterheffingen het karakter van een gordiaanse knoop.

 

Sterke fluctuaties
De makkelijkste oplossing zou zijn het onderwerp waterheffingen voorlopig te laten rusten. Maar dit is geen optie. Enkele knelpunten in het huidig stelsel van heffingen vragen om een snelle oplossing. Zo is de watersysteemheffing deels gebaseerd op de economische waarde en daarmee vatbaar gebleken voor sterke fluctuaties. Boeren vallen met hun landerijen in dezelfde categorie als wegen en spoorwegen: ongebouwd. Maar een spoorweg kent nu eenmaal een veel hogere economische waarde dan boerengrond. Een feitelijk gevolg kan zijn dat de boer moet bloeden voor meer infrastructuur, terwijl het waterschap niets extra’s voor hem doet.

Stadsuitbreiding
Met correcties tot wel 400 procent kunnen enkele waterschappen het effect van de hogere waarde van infrastructuur bij de heffingen dempen, maar dat is geen structurele oplossing. ‘In het westen is momenteel sprake van veel stadsuitbreiding op voormalige landbouwgrond’, zegt heemraad Bert van Vreeswijk (SGP, Vallei en Veluwe). ‘Dan daalt het aantal hectares ongebouwd in dit gebied. Dit leidt na vaststelling van de kostentoedeling ongewild tot een tariefsverhoging bij ongebouwd. Dat is onredelijk.’

 

Bovengrens
Daarnaast heeft een aantal waterschappen de bovengrens bereikt van hun ingezetenenheffing. Daardoor dreigt de tariefontwikkeling voor verschillende groepen uit de pas te gaan lopen. Een sterk verstedelijkt waterschap als Amstel, Gooi en Vecht kampt er al jaren mee, maar ook de waterschappen Delfland en Schieland lopen tegen dit probleem aan. Ook hier is een
snelle aanpak vereist.


Stuurgroep
Een nieuw ingestelde stuurgroep onder leiding van de in december afgetreden staatssecretaris van Financiën Menno Snel kreeg begin dit jaar de opdracht om de ‘weeffout’ in de huidige heffingen te herstellen. Wel een model of tien passeerde het afgelopen half jaar de revue. ‘Intelligent trechteren’, noemt Snel het. ‘Om zo te komen tot een variant die we met z’n allen zouden kunnen onderschrijven. Die moest solidair zijn, maar ook elementen bevatten van flexibiliteit. In de stuurgroep zijn we zo goed als ­unaniem op één variant uitgekomen, die in december in de Ledenvergadering van de waterschappen voorligt: het verbeterd combimodel.’

 

Geen wiebelingen
In dit model geldt niet langer de economische waarde van het onroerend goed in een gebied als grondslag voor de heffing. Die kan immers door de aanleg van weg of spoorweg of door economische omstandigheden plotseling sterk veranderen. In het combimodel zijn daarom gebiedskenmerken bepalend. Snel: ‘Daardoor hebben de heffingen straks geen last meer van wiebelingen van waarde in de markt. Ik ben als econoom heel blij met deze uitkomst.’ 

 

Afwegingsruimte
Om tegemoet te komen aan het eigen karakter van elk waterschap is er een afwegingsruimte van maximaal 30 procent naar boven en naar onder ingebouwd. ‘Zou je dat percentage verder opvoeren, dan bestaat er landelijk de angst dat je na verkiezingen bij een nieuwe kosten­toedeling een jojo-effect kan krijgen’, zegt Van Vreeswijk. Ook kan in het combimodel sneller worden geanticipeerd op veranderingen in het ruimtegebruik. ‘Je kunt nu binnen een periode van vijf jaar een technische aanpassing maken. Dat was een van de bottlenecks in het huidige systeem.’

 

Meerderheid

Een overgrote meerderheid tekent zich af voor de aanpassingen van de stuurgroep. In december stemt de ledenvergadering van de waterschappen niet alleen over de nieuwe watersysteemheffing, maar ook over een minder omstreden, vooral technisch ingestoken verandering van de wijze van heffen bij de waterzuivering. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer zich er nog over buigen. Hoewel die kritisch waren over eerdere aanpassingen, is Menno Snel nu optimistisch: ‘Binnen twee jaar zou het wetgevend traject kunnen zijn afgerond. Ik hoop dat we het nieuwe stelsel over drie of vier jaar dan ook echt hebben.’

 

  • /index.php/3430-gemeenten-afhankelijk-van-horeca-bij-toiletaanbod
  • /index.php/3428-gasverbruik-sterk-regionaal-bepaald

Ontvang ook onze nieuwsbrief