SHARED SPACE VRAAGT OM ALERTHEID

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Shared Space werd de afgelopen jaren door veel gemeenten omarmd als oplossing voor het gebruik van de openbare ruimte in drukke binnensteden. Maar sommige willen er nu weer vanaf. De gemeente Den Haag maakte onlangs bekend te stoppen met shared space in het centrumgebied. ‘Niet ieder gebied is geschikt.’

Wijbosch

Directeur Adrie Hellings van basisschool de Regenboog in het Brabantse Wijbosch was het in januari helemaal zat. Het drukke dorpsplein voor de school, met doorgaande weg er dwars doorheen, was in 2016 veranderd in shared space, waarvoor ook een deel van het schoolplein onderdeel werd van de openbare ruimte. Maar na een aanrijding op het plein waar een van zijn leerlingen bij betrokken was, verbood hij de kinderen om nog langer buiten te spelen. ‘Het is echt té gevaarlijk’, zei Hellings tegen het Brabants Dagblad. Inmiddels hebben de school en de dorpsraad van Wijbosch een oplossing gevonden: een fysieke afscheiding van het schoolplein van de rest van de gedeelde ruimte.

Kritiek

Wijbosch is niet de enige gemeente in Nederland waar shared space onder vuur ligt. De gemeente Amsterdam kreeg forse kritiek op de shared space achter het centraal station, waar fietsers, voetgangers en wachtenden op de IJ-pont samen gebruik maken van de ruimte. ‘Levengevaarlijk’, vonden critici, die een petitie starten. Voorlopig blijft Amsterdam achter het plan staan, maar in Den Haag trekt wethouder Robert van Asten na zes jaar zijn conclusies: ‘Veel bezoekers, vooral van buiten, hebben niet door dat er ook fietsers door de winkelstraten rijden. Fietsers en voetgangers kunnen na al die jaren nog steeds niet aan elkaar wennen.’

Principe

Het principe van shared space is vrij eenvoudig. Door verschillende verkeersstromen niet te scheiden, maar juist door elkaar te laten lopen verminderen de ongelukken op plekken waar gescheiden verkeersstromen elkaar ontmoeten, zoals bij overgangen of op kruisingen. Snellere verkeersdeelnemers nemen vanzelf gas terug als er langzamere verkeerdeelnemers gebruik maken van dezelfde ruimte, zo is de gedachte. Voor gemeenten betekent het ook dat de krappe openbare ruimte in de stad niet opgedeeld hoeft te worden in aparte verkeersstromen voor fietsers, voetgangers en gemotoriseerd verkeer.

Alertheid

Maar het feit dat het bewegen in shared space om meer alertheid vraagt van de verkeersdeelnemer, dat is nou juist de bedoeling van shared space. ‘Om het grof te zeggen: het shared space-principe creëert een soort chaos van verschillende verkeersdeelnemers,’ zegt Maarten van der Leck, adviseur Duurzame Mobiliteit bij ingenieursadviesbureau Sweco. ‘Maar dat maakt dat we alerter moeten zijn en onze zintuigen beter gebruiken. En dat zorgt weer voor meer veiligheid.’

Beangstigend

Het principe van shared space werd in de jaren negentig bedacht door de Friese verkeerskundige Hans Monderman en werd in eerste instantie in een aantal middelgrote steden in Noord-Nederland succesvol toegepast. Inmiddels hebben ook verschillende grote steden delen van het stadscentrum als shared space ingericht. Maar tegenstanders wijzen vaak op de gevolgen voor zwakkere verkeerdeelnemers als ouderen, kinderen en gehandicapten, voor wie de wirwar van verkeer beangstigend kan zijn en een onveilig gevoel oproept. Maar dat shared space daadwerkelijk onveilig is blijkt niet uit de cijfers, zegt Van der Leck. ‘Het is wel een dilemma: het is misschien veiliger, maar het voelt onveiliger.’

Ontmoeting

Shared Space moet niet alleen worden gezien als chaos, zegt Van der Leck. ‘Het draait eigenlijk om het aanmoedigen van ontmoeting. De verkeersdeelnemers moeten alert zijn, en contact maken met andere deelnemers. Elkaar aankijken bijvoorbeeld.’ En dat is een principe dat heel goed bij Nederlanders past, denk hij. ‘In tegenstelling tot het buitenland zijn we in Nederland al heel erg gewend aan het delen van de weg met andere verkeersstromen. Automobilisten hebben dagelijks te maken met fietsers en voetgangers op de weg, en zijn gewend aan andere vormen van het delen van de weg, bijvoorbeeld in fietsstraten waar de auto te gast is.’

Toepassen

Maar volgens Van der Leck heeft succes van het principe ook te maken met de locatie waar shared space wordt toegepast. ‘Niet ieder gebied is geschikt. Ik ken de Haagse situatie persoonlijk niet, maar het is moeilijker om shared space toe te passen op plekken waar één modaliteit, zoals voetgangers, sterk overheerst. Ik zie dat het op het Domplein en de Zadelstraat in Utrecht wel succesvol wordt toegepast. Maar of het werkt weet je pas als je het hebt toegepast. Veel gemeenten willen dat hun stadscentrum aantrekkelijker wordt, bruisender. En de afwezigheid van gescheiden verkeersstromen maakt een plein of straat levendiger. Maar ik denk dat we moeten blijven nadenken over de toekomst van shared space. Hoe gaan we om met de vergrijzing en kwetsbare gebruikers van de openbare ruimte? Hoe pakken we de komst van e-bikes aan? Dat zijn zaken waar we rekening mee moeten houden. 

 

 
  • /index.php/3111-bodegraven-reeuwijk-zet-mes-in-jeugdhulp-en-wmo
  • /index.php/3109-gemeenten-moeten-haast-maken-met-emissievrije-zones

Ontvang ook onze nieuwsbrief