foto edwin van kraaijButton Grave

 

 

 

Bewindvoerders willen samenwerken met gemeenten

Het beschermingsbewind van mensen in een kwetsbare financiële positie vormt voor gemeenten een
flinke kostenpost. Is het goedkoper om de bewindvoering dan maar zelf uit te voeren? Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. 

 
 
Kostenpost
Gemeenten lijken beschermingsbewind steeds vaker als een oncontroleerbare kostenpost te zien. Wie de cijfers erop naslaat, snapt waarom. Het beschermingsbewind is een vorm van hulpverlening voor mensen die hun eigen boekhouding niet meer kunnen overzien, vaak vanwege grote schulden. Een bewindvoerder neemt tijdelijk de boekhouding over om orde op zaken te stellen. Zo’n bewindvoerder wordt doorgaans betaald door de gemeente, uit het budget voor de bijzondere bijstand. De uitgaven aan bijzondere bijstand stegen tussen 2012 en 2019 van 348 miljoen tot 582 miljoen euro. Het aandeel dat wordt besteed aan bewindvoerders is bovendien de afgelopen jaren flink gegroeid. In 2018 ging 20 procent van het budget op aan beschermingsbewind, in 2019 al 27 procent. De absolute uitgaven aan beschermingsbewind stegen in één jaar met bijna de helft.

Dichter naar gemeenten
In een aantal partijprogramma’s van de verkiezingen van dit jaar komt het onderwerp terug. Volgens GroenLinks moeten gemeenten de mogelijkheid krijgen ‘om bewindvoering zelf te organiseren in plaats van dit verplicht te moeten uitbesteden aan private partijen’. Ook de PvdA vindt dat bewindvoerders dichter naar gemeenten toe moeten: ‘Gemeenten krijgen de regie over bewindvoering.’

Uitvoeringscapaciteit
De uitvoering van het beschermingsbewind naar gemeenten toe trekken, lijkt een logische oplossing. Zo krijgen gemeenten in één klap meer grip op de uitgaven én meer controle op de kwaliteit. Toch is het zo simpel nog niet, stelt Gert Boeve, voorzitter van Horus, de branchevereniging die bewindvoerders vertegenwoordigt. Bewindvoering is immers een vak, benadrukt Boeve. Wat hem betreft moeten gemeenten bewindvoerders, net als bijvoorbeeld gespecialiseerde zorgaanbieders in de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) of de jeugdzorg, zien als deel van hun uitvoeringscapaciteit.

Commerciële jongens
‘Hoe verstandig zou het zijn als de gemeente al het Wmo-werk zelf ging doen? Daar stellen we de vraag ook niet’, zegt Boeve, die eerder in zijn carrière wethouder zorg en welzijn in Amersfoort is geweest. ‘Net als de zorg is de wereld van bewindvoering privaat georganiseerd in een publiek domein. De branche is zich ervan bewust dat dat een bijzondere positie is. Maar wij worden nog wel eens neergezet als de commerciële jongens. Ik hoor dat geluid minder over aanbieders van zorg en welzijn.’

Peanuts
Boeve snapt wel dat gemeenten zich zorgen maken over oplopende kosten. Aan de andere kant zouden gemeenten ook oog moeten hebben voor de baten, vindt Boeve. ‘De bewindvoering bespaart kosten, die stelling durf ik wel aan. Voor slechts 300 miljoen per jaar voert deze branche iets uit van enorme waarde – dat zeg ik ook met mijn pet van oud-wethouder op. Als deze branche niet bestond om ervoor te zorgen dat mensen in kwetsbare posities niet verder in de problemen kwamen, zouden de kosten voor zorg en welzijn ontploffen. In die zin is 300 miljoen echt peanuts.’

Duurder
Of de gemeente hetzelfde werk tegen lagere kosten kan uitvoeren? ‘Ik geloof er niks van’, aldus Boeve. ‘Vanuit mijn ervaring in het openbaar bestuur weet ik dat bewindvoerders zowel efficiënt als effectief werken. Ze moeten wel. Gemeenten zijn door de bank genomen echt duurder. Als ik alleen al kijk in welke schaal gemeenten bewindvoerders inschalen – dat kan het gemiddelde bewindvoerderskantoor niet betalen. En gemeenten hebben ook nog meer overhead. Het probleem is niet zozeer dat bewindvoerders te veel kosten. Het probleem is dat gemeenten te weinig geld krijgen voor de bijzondere bijstand. Het rijk moet gemeenten daarvoor fatsoenlijk betalen.’

Prikkel
Een deel van de kritiek op bewindvoerders herkent Boeve wel. Hij ziet dat er een potentieel perverse prikkel in het betalingssysteem zit, waardoor het voor bewindvoerders voordelig kan zijn om klanten langer onder bewind te houden dan nodig. ‘Als je kwaad wil, zou het ertoe kunnen leiden dat iemand te lang in bewind zit’, aldus Boeve. ‘Als dat nodig is, lijkt het me prima om dat anders in te regelen.’

Samenwerken
Ook is er winst te behalen in de samenwerking tussen bewindvoerders en schuldhulpverleners – die vaak wel in dienst van de gemeente zijn. Maar daarvoor hoeft de gemeente de bewindvoering niet binnen de eigen organisatie te halen, vindt Boeve. ‘Ik sta ervoor open om de wet zo aan te passen dat gemeenten en bewindvoerders worden verplicht om meer samen te werken. Veel gemeenten werken ook al met convenanten. Daar zijn wij voorstander van. Ik ben niet vies van meer gemeentelijke regievoering.’