Nieuws en actualiteiten

button programma

 

 

 

 

 

Zie voor gestelde vragen aan het college de rubriek: Berichten

 

Ons standpunt over herindelen Lees meer


Landelijk politiek nieuws en plaatselijke actualiteiten

 

 

 

VOORSTEL BURGEMEESTERSVERKIEZING ‘ONWETTIG’

‘Stuitende onjuistheden en flinterdunne argumenten’ staan er in de brief die Niesco Dubbelboer namens de beweging Meer Democratie naar de Haagse gemeenteraad stuurde. Dat vindt John Bijl, directeur van het Periklesinstituut dat onder meer gemeenteraden begeleidt en raadsfracties traint.

'Haaks op intentie Gemeentewet'
Nadat burgemeester Gert-Jan Kats van de gemeente Veenendaal op Twitter over de eerste zin van het artikel over de open brief van Meer Democratie had opgemerkt dat de burgemeester niet het hoogste politieke ambt is, ‘het is geen politiek ambt’ zei de politiek ambtsdrager zelfs, sprak Bijl over een brief vol ‘stuitende onjuistheden’ en ‘flinterdunne argumenten’. ‘Het voorstel is zelfs onwettig’, vult Bijl telefonisch aan. ‘Je bent eigenlijk verplicht om je bekend te maken als je burgemeester wilt worden. Het mag van de Gemeentewet onbekend blijven. Ik krijg daar een ongemakkelijk gevoel bij. Je maakt geen kans als je niet aan het referendum meedoet. Dat staat haaks op de intentie van de Gemeentewet.’

Vermanend toespreken
Ook onwettig noemt Bijl het verzoek aan de raad om mee te werken aan de openbare bekendmaking van de namen. ‘De raad moet een referendum organiseren. Je vraagt de raad dus om mee te doen aan iets onwettigs. Dat druist in tegen alles wat de wetgever heeft bedoeld.’ In de brief noemt Meer Democratie inderdaad sommige voorwaarden essentieel om het plan te laten slagen. Dubbelboer schrijft ook dat de aanbeveling van de gemeenteraad de laatste jaren vrijwel altijd door de minister van BZK wordt overgenomen. Bijl stelt dat het door de beweging geopperde proces ertoe zou kunnen leiden dat de minister juist anders beslist. ‘Ik kan me voorstellen dat de commissaris van de Koning van Zuid-Holland de raad vermanend zou toespreken en de minister zou adviseren om de aanbeveling niet te volgen vanwege onwettigheid.’

Lees meer

DIGITALE BIBLIOTHEEK STEEDS RELEVANTER

In aanvulling op de fysieke bibliotheek ontstaat een relevante digitale bibliotheek. Dat blijkt uit een evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), die vrijwel gelijktijdig verscheen met een kritische evaluatie van de wet door de Raad voor Cultuur.

Transformatie

Het is kwalijk dat niet iedereen in de eigen gemeente naar een goede bibliotheek kan, concludeerde de raad vorige week, maar tegelijkertijd blijkt uit een aparte evaluatie die de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) aandraagt dat bibliotheken zich in een ‘succesvol proces van transformatie’ bevinden.

Digitale bibliotheek

Ze doen steeds meer aan non-formele educatie, zoals het verbeteren van digitale vaardigheden en de bestrijding van laaggeletterdheid, schrijft de VNG. En ‘in aanvulling op de fysieke bibliotheek is een relevante digitale bibliotheek met verdere groeipotentie ontstaan’.

Digitale gebruikers

‘Er is een digitale infrastructuur en er is digitale content beschikbaar voor het publiek, zowel voor jeugd als voor volwassenen’, staat in het rapport van de Kwink groep. Het aantal gebruikers van de digitale openbare bibliotheek is toegenomen: in 2014 waren er 160 duizend en 2018 waren er bijna 1,8 miljoen – met de kanttekening dat veel accounts niet regelmatig gebruikt worden. Er is nog wel ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld wat betreft de gebruiksvriendelijkheid.

Verplichting

De Raad voor Cultuur meldde vorige week dat zestien gemeenten in 2019 geen echte bibliotheekvoorziening hadden en adviseert om de verplichting daartoe wettelijk vast te leggen. De VNG benadrukt in dat gemeenten dan wel het geld voor moeten krijgen om te zorgen voor een bereikbare bibliotheek. Daarnaast is het de bedoeling dat voor de zomer een convenant wordt ondertekend waarin wordt vastgelegd hoe de betrokken partijen (VNG, minister en bibliotheekpartijen) kunnen bijdragen een dergelijke verplichting.

 

Gasverbod vraagt erom uitgedaagd te worden

Het gasverbod als klimaatmaatregel roept weerstand op. Een uitgelezen kans om het ‘right to challenge’ of uitdaagrecht te beproeven. Als het kabinet durft.

Vorige week kwam een nieuwe blunder van het Planbureau voor de Leefomgeving naar buiten. De cijferaars hadden de kosten van het verduurzamen van woningen enigszins onderschat. Een aantal posten was over het hoofd gezien, bijvoorbeeld dat aannemers winst willen overhouden.

Ook het ministerie van Economische Zaken en Klimaat had dit klaarblijkelijk niet opgemerkt. Minister Wiebes reageerde alsof dat de normaalste zaak van de wereld was, ramingen worden immers doorlopend bijgesteld. Desondanks zou je denken dat het winststreven van het bedrijfsleven niet echt nieuws was voor het departement, maar goed.

Explosieve klus

De uitglijder raakt ook gemeenten, want zij hebben de taak om Wiebes’ beleid uit te voeren. Het ‘gasvrij’ maken van wijken, om te beginnen 1,5 miljoen woningen voor 2030, heeft het kabinet tot opdracht van gemeenten gemaakt. Een klus die op zichzelf al explosief is.

Er zijn serieuze vraagtekens bij zowel de hoogte als de rationaliteit van de gevraagde investeringen. Bovendien wordt al langer een schimmenspel gespeeld over het gasverbod en mogelijke bestuursdwang daarbij: aspecten die politiek slecht verkoopbaar zijn. De legitimiteit van het beleid staat onder druk, zoals het SCP eerder constateerde.

Veel weerstand

De kwestie begint te polariseren. Zo oogstte het Klimaatplan van Wiebes meer dan 1600 reacties bij de internetconsultatie. Zulke aantallen worden normaal gesproken alleen gehaald bij regelingen die veel weerstand oproepen, en leggen daar potentieel een bom onder. In dit geval ging het beleidsplan echter geruisloos door, Nederland moet immers aan zijn internationale klimaatverplichting voldoen.

Tegelijk geldt: niets of niemand verplicht Nederland huishoudens van het gas af te sluiten. Integendeel, in Duitsland wordt vanwege hetzelfde klimaatbeleid juist aangemoedigd op gas over te stappen. Nog afgezien van het feit dat ‘elektrificatie’ straks kan betekenen dat er alsnog gas wordt gebruikt, maar dan uit het stopcontact, nadat het in een van de gascentrales is omgezet in elektriciteit.

Intensief betrokken

De ervaringen met de eerste 27 ‘proeftuinen’ die van het gas af gaan, blijken ondertussen leerzaam. Het zijn intensieve trajecten, mede doordat bewoners het op prijs stellen als ze serieus worden betrokken hierin. En de ‘businesscase’ is niet altijd even gemakkelijk.

Het wordt dus een dure grap. Dat is ingewikkeld, want gemeenten hebben geen vet meer op de botten. Ze steunen weliswaar massaal de klimaatambities van het Rijk, maar willen ‘boter bij de vis’, zo luidt hun voorwaarde. Als het financieel niet haalbaar is, trekken de lokale overheden hun eigen plan.

Dat kán betekenen dat de gastransitie meer tijd in beslag zal nemen, en wie weet blijken er dan ook andere oplossingen te zijn, wellicht efficiënter en breder gesteund. Het enige wat het kabinet daarvoor zou hoeven te doen, is het ‘right to challenge’ toestaan voor het gasverbod, oftewel het uitdaagrecht.

Slimmer, beter, goedkoper

Toeval of niet, een paar maanden geleden kwam het kabinet zelf met een voorstel in die richting. Het recht voor bewoners die denken dat ze iets slimmer, beter, goedkoper of anders kunnen, krijgt een plek in de Gemeentewet. Rijksbeleid is daarvan vooralsnog uitgezonderd. Maar het belang van participatie staat buiten kijf.

 

‘Centrumgemeenten’ niet verantwoordelijk als het erop aankomt

Een van de vormen van samenwerking binnen de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is de centrumregeling. Daarbinnen is de ‘centrumgemeente’ uitvoerder, maar deelnemende gemeenten blijven elk afzonderlijk juridisch verantwoordelijk. Dat is nog niet overal doorgedrongen, blijkt uit de rechtspraak.

Een ‘centrumgemeente’ wordt binnen dit type regeling aangewezen om taken en bevoegdheden uit te oefenen voor de ‘gastgemeenten’. Dat verloopt altijd via vormen van mandaat en machtiging, in tegenstelling tot volmacht. Dit is een belangrijk kenmerk, met vergaande gevolgen voor de verantwoordelijkheidsverdeling. Wezenskenmerk van mandaat en ander vormen van machtiging is, zoals beschreven in de wet, dat dit namens de mandaatgever gebeurt.

Gastgemeente blijft verantwoordelijk

Met andere woorden, binnen het mandaat genomen besluiten worden toegerekend aan de mandaatgever: de gastgemeente. Die blijft juridisch gezien dus verantwoordelijk voor de genomen besluiten. Om die verantwoordelijkheid waar te maken kan zij algemene instructies (zoals beleidsregels) geven, maar ook instructies per geval. En de gastgemeente kan de gemandateerde bevoegdheid altijd óók zelf uitoefenen. Hierop geldt alleen een uitzondering voor belastingambtenaren, maar die laat ik verder buiten beschouwing hier.

In de praktijk blijkt dat deze gevolgen van mandaat niet altijd direct duidelijk zijn. Aan de centrumgemeente wordt immers een opdracht gegeven de betreffende taak uit te voeren. Is dat daarmee dan niet een verantwoordelijkheid van die centrumgemeente? Dat zou toch logisch zijn? Zo dacht de gemeente Vlagtwedde dat zij niet langer verantwoordelijk was voor de taakuitoefening voor delen van de Wmo, omdat via de Centrumregeling Beschermd Wonen en Opvang Groningen deze taken waren opgedragen aan centrumgemeente Groningen.

Lees meer

 

Gemeenteraden kunnen meer grip krijgen op sociaal domein

De wetten in het sociaal domein hebben ‘in belangrijke mate een uitvoeringskarakter’ voor gemeenten. Desondanks laten gemeenteraden kansen liggen om het beleid te sturen. Zij kunnen daarin beter worden geholpen door colleges, die beleidskeuzes nog te weinig expliciet maken.

Dat concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het donderdag verschenen rapport Decentrale taak is politieke zaak. Daarvoor werden 27 gesprekken gevoerd in 9 gemeenten: vooral met raadsleden, maar ook wethouders, griffiers en ambtenaren. De sturingsmogelijkheden voor het sociaal domein worden in de praktijk als gebrekkig ervaren.

Gevoel geen keus te hebben

‘De gemeentelijke bestuurders waarmee de raad sprak waren hier vrij negatief over,’ vermeldt het advies. ‘Termen als “zorgplicht” in de Jeugdwet maken dat vooral gemeenteraden het gevoel hebben geen keus te hebben.’ Dat heeft ook te maken met de tekorten. Financiële randvoorwaarden zijn ‘steeds meer en soms uitsluitend bepalend’.

Daarbij past wel een kanttekening: ‘De raad acht het mogelijk dat gemeenten het gebrek aan beleidsvrijheid als groter ervaren dan het daadwerkelijk is.’ Er zijn namelijk wel degelijk verschillen tussen gemeenten, constateerde het adviesorgaan eerder al. ‘Het gaat dan bijvoorbeeld om voorzieningen die uit de jeugdzorg gefinancierd worden of vormen van maatwerk gericht op zelfredzaamheid.’

Te belangrijk voor politiek

Tevens blijkt ‘dat raden en colleges ver willen gaan om geen pijnlijke politieke keuzes te hoeven maken’. Ze bezuinigen liever op bijvoorbeeld cultuur of recreatie. De raad duidt dat als ‘morele oorzaak van het apolitieke karakter’ van het sociaal domein. ‘Vooral raadsleden melden dat zorg te belangrijk is voor politiek.’

Toch denkt de ROB dat het debat een stuk politieker kan. Hier zou ook een taak liggen voor wethouders, die duidelijkere keuzes moeten voorleggen. ‘Leg doordachte, onderbouwde scenario’s voor aan de gemeenteraad in
plaats van enkelvoudige voorstellen, zodat raadsleden meer keuzeruimte hebben. Die ruimte dwingt om afwegingen te maken en zet meer aan tot discussie.’

Gemeenteraden zouden in een kadernota ‘maatschappelijke waarden’ moeten vastleggen als houvast. ‘Vertaal deze waarden in maatschappelijke effecten die u met het sociaal beleid wilt bereiken.’

 

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief