Nieuws en actualiteiten

button programma

 

 

 

 

 

Zie voor gestelde vragen aan het college de rubriek: Berichten en de Brabantse impact monitor   (Nieuw)

 

Ons standpunt over herindelen Lees meer


Landelijk politiek nieuws en plaatselijke actualiteiten

 

  

  

 

GEMEENTEN: WEES ALERT OP VERERGERING PROBLEMATIEK

Gemeenten moeten goed in de gaten houden of de problematiek van mensen die Wmo- of jeugdhulp ontvangen niet verergert, vanwege corona en de beperkende maatregelen. Dat stelt gezondheidseconoom en oud-hoogleraar public health Guus Schrijvers.

Gemeenten moeten goed opletten of de problematiek van mensen die Wmo- of jeugdhulp ontvangen niet verergert, vanwege corona en de beperkende maatregelen.

Eenzamer

Dat stelt gezondheidseconoom en oud-hoogleraar public health Guus Schrijvers in reactie op het onderzoek naar de gevolgen van de coronacrisis op het sociaal domein, dat op verzoek van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research. Ook directeur Illya Soffer van belangenbehartiger Ieder(in) stelt dat het goed zou zijn als gemeenten ‘in ieder geval actief contact leggen met mensen met een hoog gezondheidsrisico.’ Zeker omdat volgens haar de afgelopen maanden toegangsgesprekken zijn uitgesteld of digitaal gevoerd. ‘Meer dan de helft van mensen met een beperking of chronische aandoening geeft aan meer psychische klachten te hebben. Ruim zestig procent voelt zich eenzamer dan voor de coronacrisis.’

Meer hulp nodig

Uit het onderzoek onder cliënten en ambtenaren van I&O Research blijkt dat een kwart van de cliënten negatieve gevolgen van de coronacrisis heeft ervaren. De hulp is in september en oktober weer meer op gang gekomen, maar 51 procent van de cliënten bij wie de zorg door de coronacrisis was verminderd of stopgezet, ontvangt nog steeds minder hulp dan voor medio maart. Van de cliënten met minder zorg tijdens de coronacrisis geeft 21 procent aan nu meer hulp nodig te hebben, omdat zij minder zorg of ondersteuning hebben ontvangen.

Verborgen vraag

‘Gemeenten moeten de vinger aan de pols houden’, stelt Schrijvers. Het is volgens hem namelijk niet gezegd dat de uitgestelde vraag of verergerende problematiek per se tot een extra toename van Wmo en jeugdhulp zal leiden. ‘Het kan zijn dat er verborgen vraag blijft. Het formuleren van een zorg- of hulpvraag betekent al dat je in staat bent die vraag bij jezelf te onderkennen, dat je een beetje vertrouwen hebt dat het met hulp beter zal gaan. Mensen met bijvoorbeeld een depressie zien dat niet snel.’

Derde coronagolf

Hij vindt daarnaast dat gemeenten jaarlijks aan cliënten moeten vragen hoe het echt met ze gaat. Op basis van dat gesprek – dat wat Schrijvers betreft een wettelijke verplichting zou moeten worden – moet worden besloten tot meer of minder zorg en ondersteuning. Vanwege corona moet dat gesprek naar voren worden gehaald, vindt de gezondheidseconoom. ‘We hebben een belangrijk jaar gehad met twee coronagolven. Vraag aan de mensen wat ze willen als er weer een derde golf komt; dat is een toekomstgerichte vraag.’

Zorg afgeschaald of gestopt

Gemeenten hebben in deze coronacrisis, kijkend naar de zorg voor mensen met Wmo- en jeugdhulp ‘binnen hun macht gedaan wat nodig is’, vindt Soffer. ‘Maar we zien tegelijkertijd ook dat het niet overal is gelukt om zorg en ondersteuning voort te zetten. De afgelopen periode is zorg afgeschaald of gestopt.’ De zorg is nog steeds niet op het oude niveau, zo blijkt uit zowel het onderzoek van I&O Research als panelonderzoek van Ieder(in). Schrijvers stelt dat gemeenten in het sociaal domein ‘geïmproviseerd hebben, net zoals heel Nederland.’

Crisisbeleid

Gemeenten zijn onvoldoende ingesteld op een crisis die langzaam maar zeker gevaarlijker wordt, stelt Schrijvers, zoals deze pandemie. Gemeenten moeten crisisbeleid ontwikkelen, vindt de gezondheidseconoom. ‘Gemeenbesturen in regionaal of lokaal verband moeten daarover beter nadenken. Laten we al die hoogopgeleide Nederlanders inzetten om te kijken hoe je crisisbeleid in een gemeente handen en voeten geeft. En laten we dan beginnen met het crisisbeleid voor de derde golf. Gemeenten moeten nu nadenken over genoeg testcentra. Overal moet worden gevraagd “hoe gaan jullie je nu voorbereiden”. Het is een taak voor wethouders en de volksvertegenwoordiging om dit op te pakken.’

Contravloeistof

‘Covid is de contrastvloeistof die laat zien waar het niet werkt en beter moet’, stelt Soffer. ‘Het laat ook zien waar de winst te boeken is. Denk aan toegankelijke en begrijpelijke zorg en informatie over zorg en corona beleid. Nieuwe technologie kan ook hebben om mensen zelfstandig mee te laten doen.’ Uit het onderzoek van I&O Research komt naar voren dat een kwart van de cliënten de communicatie vanuit gemeenten naar cliënten – over de maatregelen die in het kader van corona worden genomen en de gevolgen voor de zorg en ondersteuning – beter kon. Een even grote groep vond de communicatie wel afdoende.

 

WIJKTEAMS MAKEN HET ZICHZELF TE MOEILIJK

Gemeenten doen er goed aan om het brede keukentafelgesprek ook te voeren met mensen die voor een bijstandsuitkering of een re-integratietraject bij de gemeente aankloppen. Ook moet de informatievoorziening over de regelingen binnen de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet worden verbeterd. Wijkteams kunnen hun werkwijze vereenvoudigen.

Informatiecampagne

‘Veel mensen met een hulpvraag, maar ook mantelzorgers en werkgevers zijn vaak niet goed op de hoogte van alle regelingen. Als gemeente kun je er met een goede informatiecampagne mensen informeren over waar ze nu precies terecht kunnen.’ Dat stelde Mariska Kromhout, senior wetenschappelijk medewerker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), tijdens de eerste dag van het online event ‘Leren en verbeteren in het sociaal domen, ook van en na corona’ van Binnenlands Bestuur. Ook huisartsen zouden die regelingen goed moeten kennen. In de online-uitzending van maandagmiddag lichtte Kromhout het vorige week verschenen kritische SCP-rapport over vijf jaar decentralisaties Wmo 2015, Jeugdwet en Participatiewet toe. Het sociaal domein stagneert en moet worden vlotgetrokken, concludeert het SCP.

Breed keukentafelgesprek

Het zou zinvol zijn de brede keukentafelgesprekken ook te voeren met mensen die voor een regeling in de Participatiewet bij de gemeente aankloppen, stelde Kromhout. ‘We zien in onderzoek dat medewerkers van de gemeente er tegenaan lopen dat er bij mensen die bijstand aanvragen of een re-integratieinstrument nodig hebben, meer aan de hand is. Er zijn problemen op het gebied van huisvesting, van financiën, over hoe te leven met een beperking. Die vragen moeten eigenlijk eerst worden opgelost voordat ze stap kunnen zetten om na te denken over werk, opleiding of vrijwilligerswerk.’ De contactambtenaren willen dat vaak ook breed benaderen, maar hebben daar minder ruimte voor dan bijvoorbeeld bij de Wmo.

Enkelvoudige problemen

De sociale wijkteams kunnen het zich wat makkelijker maken, stelde Kromhout verder. Uit onderzoek blijkt dat maar een klein percentage hulpbehoevenden gebruik maakt van alle drie de wetten of twee van de drie wetten. De brede aanpak die veel sociale wijkteams hanteren, is in veel gevallen overbodig. ‘Begin met een breed keukentafelgesprek, maar leidt daarna zo snel mogelijk mensen toe naar de hulp die ze nodig hebben. Je hoeft dan niet altijd met verschillende disciplines over enkelvoudige problemen te praten.’

Knelpunten

Gemeenten moeten de komende tijd zelf kijken waar in het sociaal domein de knelpunten zitten en waar de oplossingen, adviseerde Kromhout. ‘Ons rapport schetst een landelijk beeld en doet daarmee geen recht aan de gemeentelijke variatie die er wel degelijk is. Ik zou gemeenten aanraden om te kijken wat ze uit het rapport herkennen en samen met de professionals te kijken waar volgens hun knelpunten zitten en waar de oplossingen. Bij die professionals zit veel kennis; de vraag is of die ook altijd bij de beleidsambtenaar en bij bestuurders terecht komt.’

Zak geld niet genoeg

De landelijke politiek moet bepalen hoeveel geld ‘Den Haag’ over heeft voor het sociaal domein, stelt Kromhout. ‘We mengen ons niet in de discussie over geld tussen rijk en gemeenten, maar er moet wel over worden nagedacht: hoeveel geld hebben we ervoor over en hoe kan het doelmatig worden besteed.’ Het SCP heeft geen onderzoek gedaan naar de toereikendheid van de budgetten voor de Wmo, de Jeugdwet en Participatiewet. Het stelt wel vraagtekens bij de onderliggende mechanismen waarop men dacht om op het sociaal domein te kunnen bezuinigen, zoals het beroep op eigen kracht en het sociaal netwerk en de verschuiving van zware naar lichte (goedkopere) hulp. Daarvan is te weinig sprake. Maar geld alleen is niet genoeg, benadrukt Kromhout. Ook moeten de wetten meer op elkaar worden afgestemd en moet meer vanuit de burger worden gedacht. ‘Dat los je niet op met een zak geld. Er moet meer gebeuren.’

Geen stelselwijziging

Een stelselherziening is volgens het SCP niet nodig. ‘Je haalt dan een heleboel overhoop en doe je geen recht aan al het werk dat gemeenten en organisaties de afgelopen jaren hebben verricht. Binnen de huidige verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk en gemeenten is er verbetering mogelijk. Maar we zeggen ook niet: ga maar achteroverleunen en het lost zich vanzelf op. Er moet wel wat gebeuren, maar een stelselwijziging is op dit moment niet de oplossing.’

 

GEMEENTEN WILLEN STEM IN TOESLAGEN

Het toeslagenstelsel ligt onder vuur. Gemeenten willen graag bij de ontwikkeling van een alternatief worden betrokken. Of het nieuwe toeslagensysteem wellicht zelf ter hand nemen. Maar kunnen ze dat extra werk wel aan?

In de praktijk

Het toeslagenstelsel zorgt aan alle kanten voor slachtoffers. Inwoners die de schulden worden ingedrukt, een fel bekritiseerde Belastingdienst die toeslagenontvangers te enthousiast als fraudeur bestempelde en gemeenten die de slacht­offers moeten opvangen. Zo werd eerder deze maand bekend dat Rotterdam ­drieduizend gezinnen gaat bijstaan die ­bijvoorbeeld emotioneel of financieel ­geraakt zijn door de affaire rond de toeslagen bij de kinderopvang. ‘Gemeenten zien de gevolgen dagelijks in de praktijk’, staat in een position paper die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa, de vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein, halverwege dit jaar publiceerden.

Veranderen of vervangen

‘We hebben het in Nederland voor elkaar gekregen om het voor de meest kwetsbaren het ingewikkeldst te maken’, zegt de Dordtse wethouder Peter Heijkoop (werk en inkomen, CDA). Er is een brede wil om het toeslagenstelsel te veranderen, ­misschien zelfs te vervangen, en gemeenten willen daarbij een rol spelen. Daarom riepen de gemeenten in de position paper op om hen zoveel mogelijk bij het vernieuwingsproces te betrekken. Dat werkte.


‘We zitten nu aan tafel bij staatssecretaris Van Huffelen (Toeslagen, D66),’ zegt Heijkoop, ‘omdat we niet willen dat er een systeem vóór ons bedacht wordt. We hebben nadrukkelijk gezegd: de ­mensen die dit bedenken, staan niet dicht bij de praktijk. Laat onze mensen op straat meekijken hoe dit voor de inwoners werkt. Het systeem dat eruit komt moet voorspelbaar, te volgen en uitlegbaar zijn.’

Aannames

Een belangrijk probleem is de aanname van stabiliteit waarmee het systeem ontworpen is. ‘Het huidige toeslagensysteem gaat uit van stabiele situaties’, legt voorzitter Erik Dannenberg van Divosa uit. ‘De problemen ontstaan vooral rond overgangen in het leven. Denk aan een nieuwe woning, nieuw werk, een scheiding of als een van je inwonende kinderen gaat werken. Het kan zijn dat iemand die 17 euro per maand meer gaat verdienen boven een drempel uitkomt, en dan de hele huurtoeslag moet terugbetalen. Zo krijgen mensen schulden. Ongeveer 60 procent van alle schuldvorderingen in Nederland is van de overheid, een gigantisch percentage.’


En gemeenten moeten die mensen helpen. ‘Wijkteams zijn 80 procent van hun tijd bezig met formulier-ellende – het prutsen met rottige invulpapieren voor mensen die in de problemen zitten.’

Mogelijke maatregelen

De VNG en Divosa suggereren een aantal mogelijke maatregelen voor de korte termijn. Ten eerste zijn ze voorstanders van een voorspelbaar toeslagensysteem, dat op recentere inkomens­gegevens is gebaseerd. Als het inkomen sterk is gedaald, kan een inwoner zich melden bij de gemeente en die moet dan in staat worden gesteld om de Belastingdienst de recente inkomensgegevens ten verstrekken, zodat het juiste toeslagbedrag kan worden vastgesteld.


Ten tweede pleiten ze voor een volledig andere systematiek voor de kinderopvang. In plaats van dat hoge bedragen worden overgemaakt aan ouders die het geld weer naar een kinderopvang­organisatie doorsluizen, zou het stelsel ‘met relatief bescheiden ingrepen’ kunnen worden ­omgebouwd naar een ­gesubsidieerd stelsel waar ouders een eigen bijdrage betalen.

Decentralisatie

Maar op de lange termijn moet het hele toeslagenstelsel worden herzien of vervangen. Het onderzoek IBO Toeslagen verkent mogelijkheden daartoe. In een van de opties worden toeslagen gedecentraliseerd naar gemeenten: ‘Door de verantwoordelijkheid van alle toeslagen en de bijbehorende budgetten naar gemeenten over te dragen kunnen gemeenten de dienst­verlening van het armoedebeleid, de participatie­wet en de toeslagen integreren.’ Het is een van de heftigere van de 27 genoemde opties uit het rapport en ‘een zeer ingrijpende decentralisatie’ die ‘grote uitvoeringsconsequenties en grote verschillen tussen gemeenten’ als gevolg heeft. Er worden verschillende voor- en nadelen genoemd, waaronder de vraag of gemeenten er nog een ingrijpende decentralisatie bij kunnen hebben.

Niemand

Koen Caminada, hoogleraar empirische analyse van sociale en fiscale ­regelgeving aan de Universiteit ­
Leiden, werkte mee aan het IBO Toeslagen. Hij verwacht niet dat gemeenten een dergelijke rol zullen hoeven spelen. ‘Ik hoor niemand over die optie met gemeenten. De varianten die bij mij langskomen zijn allemaal varianten op het werken van enkele objectieve criteria zoals inkomensgegevens.’ Hij merkt wel op dat Nederland hard toe is aan een verandering voor wat betreft het toeslagenstelsel.

Losse maatregelen

Maar of het ook tot een grootschalige ­herziening van het belastingstelsel komt? ‘Dat durf ik steeds minder te zeggen. De laatste keer dat het lukte om een pakket als hervorming door te voeren was in 2001. Sindsdien verbrokkelde het kabinet en bleef het bij steeds meer losse maatregelen.’ De groei aan losse maatregelen maakt het systeem complexer omdat voor elk ­probleem een aparte oplossing wordt ­verzonnen, met eigen regels voor inwoners en organisaties om rekening mee te ­houden. Zo zijn er inmiddels 27 ­inkomensondersteunende maatregelen.

Burger en overheid

Het doet denken aan het nieuwe pensioenstelsel, waar na ruim tien jaar discussie in 2020 eindelijk een akkoord over werd ­bereikt. Volgens Caminada is het bij de toeslagen nog moeilijker. ‘Dat is een kwestie tussen de burgers en de overheid, niet tussen werkgevers en werknemers. Er is geen toeslagenvereniging, dus beleidsambtenaren moeten dit voorbereiden.’ Zo kan het gebeuren dat een nieuw stelsel achter gesloten deuren wordt ontworpen, zonder dat er verenigingen zijn die hun eigen deelbelangen in de gaten houden. ­‘Nederlanders zouden een verandering in toeslagen accepteren, maar de politici zijn bang. Er is een brede Kamermeerderheid om iets te doen aan de toeslagen, maar wát precies, daar zijn ze niet zo ­eensgezind over.

 

‘DIGITAAL VERGADEREN MINDER DEMOCRATISCH’

Vergaderingen zijn minder rechtmatig en democratisch sinds de invoering van digitaal vergaderen. Dat concludeert Lucas Kuipers van de Thorbecke Academie die in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Raadsleden (NVvR) de vergaderingen onderzocht in drie gemeenten. ‘De verschillen tussen gemeenten bleken klein, maar die tussen de vier onderzochte momenten groot.’

Vergaderingen zijn minder rechtmatig en democratisch sinds de invoering van digitaal vergaderen. Dat concludeert Lucas Kuipers van de Thorbecke Academie die in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Raadsleden de vergaderingen onderzocht in drie gemeenten. ‘De verschillen tussen gemeenten bleken klein, maar die tussen de vier onderzochte momenten groot.’

Niet consistent

Met name de handhaving van de orde veranderde sterk in de onderzochte gemeenten Veendam, Lelystad en Bodegraven-Reeuwijk, concludeert Kuipers. ‘Door de nieuwe situatie van digitaal vergaderen is deze niet consistent houdbaar en wordt in de loop van tijd een afname geconstateerd.’ Ook wordt de identiteit van deelnemers niet goed en consistent gecontroleerd.

Lage participatie

De technische infrastructuur en middelen zijn ‘overwegend erg goed’, maar de digitale notulen zijn niet altijd zorgvuldig en inzichtelijk. Bovendien blijft de participatie, die al gering was vóór de crisis, consistent laag. ‘De participatie is nooit besproken en de opkomst van burgers is vrijwel nihil.’

Aanbevelingen

Kuipers vergeleek van de gemeenten een reguliere vergadering van voor de coronacrisis als nulmeting, om deze vervolgens te vergelijken met drie andere vergaderingen voor, tijdens en na de invoering van de spoedwet. Hij doet tien aanbevelingen, waaronder het actiever naar buiten communiceren over raadsvergaderingen in een nieuwe situatie en de keuze voor volledig digitaal vergaderen in plaats van hybride vergaderen.

 

Steun onze ondernemers - koop lokaal!

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Ondernemers in Grave hebben het moeilijk op dit moment. De werkzaamheden in de binnenstad en de impact van de coronamaatregelen zijn groot. Horecabedrijven in Grave hebben hun restaurant of café moeten sluiten. Winkeliers missen omzet omdat inwoners vaker thuis blijven of meer online bestellen.
Lokale ondernemers zijn de spil van onze economie in Grave.
Lokaal kopen is altijd een goed idee maar nu helemaal. Onze lokale ondernemers zorgen niet alleen voor banen, maar houden onze gemeente leefbaar. Om dat te kunnen blijven doen hebben zij onze steun nu hard nodig.

Wij kunnen onze ondernemers steunen door er te kopen, ook voor de komende feestdagen.

 

 

Ontvang ook onze nieuwsbrief